Biodiversiteitscredits worden vaak de volgende koolstofmarkt genoemd. De vergelijking is begrijpelijk, maar ze wekt bij kopers een verwachting die biodiversiteitscredits niet kunnen waarmaken: een eenheid die een impact elders ongedaan maakt.
Een carbon credit telt tonnen van een gas dat zich gelijkmatig door de atmosfeer verspreidt; een biodiversiteitscredit meet de toestand van een specifieke plek, die geen andere plek kan vervangen. Dat verschil bepaalt hoe ze worden gemeten, hoe je ze kunt gebruiken en hoe ver de markt is. In dit artikel lees je hoe beide werken, waar de EU staat en wat een bedrijf nu kan doen.
Twee verschillende eenheden
Carbon credit | Biodiversiteitscredit | |
|---|---|---|
Eenheid | 1 ton CO2-equivalent | een gemeten winst of beschermde toestand van natuur, vaak hectares gecorrigeerd voor kwaliteit van het leefgebied |
Uitwisselbaar tussen plekken | ja, een ton is een ton | nee, elke plek is uniek |
Belangrijkste gebruik | uitstoot verlagen of compenseren, klimaatclaims onderbouwen | bijdragen aan natuur, rapporteren over natuurimpact |
Compenseren | toegestaan onder voorwaarden | niet toegestaan door de belangrijkste vrijwillige standaarden |
Volwassenheid van de markt | decennia aan registers en methodes | vroeg, standaarden nog in ontwikkeling |
Kwaliteitsreferenties | ICVCM, VCMI, SBTi | IAPB-principes, EU-plan in uitvoering |
Voor de atmosfeer maakt het niet uit waar een ton CO2 wordt verwijderd. Een wetland in Nederland en een regenwoud in Indonesië herbergen andere soorten, en winst op de ene plek maakt verlies op de andere niet goed. Daarom staan de belangrijkste vrijwillige standaarden niet toe dat biodiversiteitscredits worden gebruikt om te compenseren. Verra bijvoorbeeld stelt dat zijn Nature Credits niet mogen worden gebruikt voor compensatie (Verra Nature Framework).
Zo worden biodiversiteitscredits gemeten
Elke standaard bepaalt zijn eigen maat, meestal een combinatie van:
oppervlakte: hoeveel hectare wordt hersteld of beschermd;
toestand: de ecologische kwaliteit van het leefgebied, beoordeeld tegen een referentie;
indicatoren: soortentellingen, structuur van het leefgebied, soms akoestische monitoring of eDNA.
Credits worden uitgegeven voor een gemeten verbetering, of voor de bescherming van een toestand die wordt bedreigd. Omdat de maten verschillen, zijn twee biodiversiteitscredits van verschillende standaarden niet direct vergelijkbaar, anders dan twee geverifieerde tonnen CO2.
Waar de markt staat
Vrijwillige standaarden: Verra stelde de certificering onder zijn Nature Framework op 1 januari 2026 open voor alle projecten, na een pilotfase. Plan Vivo, Wallacea Trust en anderen hebben eigen biodiversiteitsstandaarden.
Internationale principes: het International Advisory Panel on Biodiversity Credits, opgericht door het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, publiceerde op COP16 in oktober 2024 principes voor biodiversiteitsmarkten met hoge integriteit.
EU: de Europese Commissie publiceerde in juli 2025 haar stappenplan voor natuurcredits (COM(2025) 374). Een expertgroep komt sinds december 2025 bijeen, en de Commissie start in september 2026 een enquête onder potentiële kopers om de vraag te schatten (Bellona). Frankrijk bereidt een eigen initiatief voor biodiversiteitscredits voor.
Verplicht: in Engeland moeten de meeste nieuwe bouwprojecten sinds februari 2024 10% winst voor biodiversiteit opleveren, gemeten in biodiversiteitseenheden. Dat is een gereguleerd compensatiesysteem voor ruimtelijke ordening, los van vrijwillige credits.
De volumes vrijwillige biodiversiteitscredits zijn nog klein vergeleken met carbon. Voor een Europees bedrijf telt het EU-werk het zwaarst, omdat dat bepaalt naar welke gecertificeerde natuureenheden je in rapportages en claims kunt verwijzen.
Waar carbon en biodiversiteit samenkomen
Voor de meeste kopers loopt de praktische route naar biodiversiteit nu via carbonprojecten. Mangroveherstel, herbebossing met inheemse soorten en bosbescherming leveren zowel koolstof als waarde voor leefgebieden op, en veel van die projecten hebben een onafhankelijke biodiversiteitscertificering zoals de CCB Standards (co-benefits van carbon credits). De markt prijst dat al in: volgens Sylvera stegen herbebossingscredits met hoge co-benefitscores van gemiddeld USD 19 in december 2024 naar meer dan USD 30 in januari 2026.
Sommige projecten geven nu beide uit: carbon credits voor de tonnen en biodiversiteitscredits voor de winst in leefgebied. Dat heet stapelen. Het is legitiem als elke credit een ander resultaat meet en de koper niet één resultaat twee keer telt. Vraag de ontwikkelaar of het biodiversiteitsresultaat al in de prijs en claims van de carbon credit zit.
Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Verkoopt een project je een carbon credit en een biodiversiteitscredit voor dezelfde hectare, vraag dan om twee aparte monitoringrapporten. Een ton en een winst in leefgebied kunnen allebei echt zijn. Dezelfde foto van hetzelfde bos als bewijs voor allebei is dat niet.”
Wat een bedrijf nu kan doen
Breng eerst je impact op de natuur in kaart. De biodiversiteitsstandaard van de CSRD (ESRS E4) en de TNFD-aanbevelingen vragen waar je bedrijf en keten de natuur raken. Credits komen na die analyse, niet in plaats daarvan.
Kies carbonprojecten met geverifieerde waarde voor biodiversiteit. Dat is nu de meest volwassen manier om natuur te financieren (blue carbon credits, carbon credits uit herbebossing en bosbeheer).
Behandel biodiversiteitscredits als bijdrage. Koop je ze, beschrijf ze dan als financiering voor natuur op een genoemde plek, zonder te claimen dat je je impact hebt gecompenseerd.
“We krijgen elk kwartaal meer vragen over biodiversiteitscredits, en ons advies blijft om te beginnen met carbonprojecten die sterke, onafhankelijk geverifieerde resultaten voor de natuur hebben. De markt voor biodiversiteitscredits is veelbelovend, maar de eenheden zijn nog niet vergelijkbaar genoeg om een claim op te bouwen.”
Bernard de Wit, oprichter van Regreener
Natuurwaarde waar je achter kunt staan?
Bespreek met ons carbonprojecten met geverifieerde resultaten voor biodiversiteit, en hoe je die in je rapportage beschrijft.






