laat ons je terugbellen.

Biodiversiteitscredits vs carbon credits: het verschil

Laatst bijgewerkt:

6 minuten leestijd

6 minuten leestijd

Samenvatting:

Een biodiversiteitscredit is een gecertificeerde eenheid voor een gemeten, positieve verandering in de natuur, zoals een hectare leefgebied dat is hersteld of beschermd en gecorrigeerd voor ecologische kwaliteit. Een carbon credit staat voor één ton CO2-equivalent die is vermeden of verwijderd. Omdat biodiversiteit lokaal is en niet in één wereldwijde eenheid te vangen, worden biodiversiteitscredits gebruikt als bijdrage aan de natuur en niet om impact elders te compenseren, terwijl carbon credits claims over uitstoot kunnen onderbouwen.

Samenvatting:

Een biodiversiteitscredit is een gecertificeerde eenheid voor een gemeten, positieve verandering in de natuur, zoals een hectare leefgebied dat is hersteld of beschermd en gecorrigeerd voor ecologische kwaliteit. Een carbon credit staat voor één ton CO2-equivalent die is vermeden of verwijderd. Omdat biodiversiteit lokaal is en niet in één wereldwijde eenheid te vangen, worden biodiversiteitscredits gebruikt als bijdrage aan de natuur en niet om impact elders te compenseren, terwijl carbon credits claims over uitstoot kunnen onderbouwen.

Samenvatting:

Een biodiversiteitscredit is een gecertificeerde eenheid voor een gemeten, positieve verandering in de natuur, zoals een hectare leefgebied dat is hersteld of beschermd en gecorrigeerd voor ecologische kwaliteit. Een carbon credit staat voor één ton CO2-equivalent die is vermeden of verwijderd. Omdat biodiversiteit lokaal is en niet in één wereldwijde eenheid te vangen, worden biodiversiteitscredits gebruikt als bijdrage aan de natuur en niet om impact elders te compenseren, terwijl carbon credits claims over uitstoot kunnen onderbouwen.

Biodiversiteitscredits worden vaak de volgende koolstofmarkt genoemd. De vergelijking is begrijpelijk, maar ze wekt bij kopers een verwachting die biodiversiteitscredits niet kunnen waarmaken: een eenheid die een impact elders ongedaan maakt.

Een carbon credit telt tonnen van een gas dat zich gelijkmatig door de atmosfeer verspreidt; een biodiversiteitscredit meet de toestand van een specifieke plek, die geen andere plek kan vervangen. Dat verschil bepaalt hoe ze worden gemeten, hoe je ze kunt gebruiken en hoe ver de markt is. In dit artikel lees je hoe beide werken, waar de EU staat en wat een bedrijf nu kan doen.

Twee verschillende eenheden


Carbon credit

Biodiversiteitscredit

Eenheid

1 ton CO2-equivalent

een gemeten winst of beschermde toestand van natuur, vaak hectares gecorrigeerd voor kwaliteit van het leefgebied

Uitwisselbaar tussen plekken

ja, een ton is een ton

nee, elke plek is uniek

Belangrijkste gebruik

uitstoot verlagen of compenseren, klimaatclaims onderbouwen

bijdragen aan natuur, rapporteren over natuurimpact

Compenseren

toegestaan onder voorwaarden

niet toegestaan door de belangrijkste vrijwillige standaarden

Volwassenheid van de markt

decennia aan registers en methodes

vroeg, standaarden nog in ontwikkeling

Kwaliteitsreferenties

ICVCM, VCMI, SBTi

IAPB-principes, EU-plan in uitvoering

Voor de atmosfeer maakt het niet uit waar een ton CO2 wordt verwijderd. Een wetland in Nederland en een regenwoud in Indonesië herbergen andere soorten, en winst op de ene plek maakt verlies op de andere niet goed. Daarom staan de belangrijkste vrijwillige standaarden niet toe dat biodiversiteitscredits worden gebruikt om te compenseren. Verra bijvoorbeeld stelt dat zijn Nature Credits niet mogen worden gebruikt voor compensatie (Verra Nature Framework).

Zo worden biodiversiteitscredits gemeten

Elke standaard bepaalt zijn eigen maat, meestal een combinatie van:

  • oppervlakte: hoeveel hectare wordt hersteld of beschermd;

  • toestand: de ecologische kwaliteit van het leefgebied, beoordeeld tegen een referentie;

  • indicatoren: soortentellingen, structuur van het leefgebied, soms akoestische monitoring of eDNA.

Credits worden uitgegeven voor een gemeten verbetering, of voor de bescherming van een toestand die wordt bedreigd. Omdat de maten verschillen, zijn twee biodiversiteitscredits van verschillende standaarden niet direct vergelijkbaar, anders dan twee geverifieerde tonnen CO2.

Waar de markt staat

  • Vrijwillige standaarden: Verra stelde de certificering onder zijn Nature Framework op 1 januari 2026 open voor alle projecten, na een pilotfase. Plan Vivo, Wallacea Trust en anderen hebben eigen biodiversiteitsstandaarden.

  • Internationale principes: het International Advisory Panel on Biodiversity Credits, opgericht door het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, publiceerde op COP16 in oktober 2024 principes voor biodiversiteitsmarkten met hoge integriteit.

  • EU: de Europese Commissie publiceerde in juli 2025 haar stappenplan voor natuurcredits (COM(2025) 374). Een expertgroep komt sinds december 2025 bijeen, en de Commissie start in september 2026 een enquête onder potentiële kopers om de vraag te schatten (Bellona). Frankrijk bereidt een eigen initiatief voor biodiversiteitscredits voor.

  • Verplicht: in Engeland moeten de meeste nieuwe bouwprojecten sinds februari 2024 10% winst voor biodiversiteit opleveren, gemeten in biodiversiteitseenheden. Dat is een gereguleerd compensatiesysteem voor ruimtelijke ordening, los van vrijwillige credits.

De volumes vrijwillige biodiversiteitscredits zijn nog klein vergeleken met carbon. Voor een Europees bedrijf telt het EU-werk het zwaarst, omdat dat bepaalt naar welke gecertificeerde natuureenheden je in rapportages en claims kunt verwijzen.

Waar carbon en biodiversiteit samenkomen

Voor de meeste kopers loopt de praktische route naar biodiversiteit nu via carbonprojecten. Mangroveherstel, herbebossing met inheemse soorten en bosbescherming leveren zowel koolstof als waarde voor leefgebieden op, en veel van die projecten hebben een onafhankelijke biodiversiteitscertificering zoals de CCB Standards (co-benefits van carbon credits). De markt prijst dat al in: volgens Sylvera stegen herbebossingscredits met hoge co-benefitscores van gemiddeld USD 19 in december 2024 naar meer dan USD 30 in januari 2026.

Sommige projecten geven nu beide uit: carbon credits voor de tonnen en biodiversiteitscredits voor de winst in leefgebied. Dat heet stapelen. Het is legitiem als elke credit een ander resultaat meet en de koper niet één resultaat twee keer telt. Vraag de ontwikkelaar of het biodiversiteitsresultaat al in de prijs en claims van de carbon credit zit.

Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Verkoopt een project je een carbon credit en een biodiversiteitscredit voor dezelfde hectare, vraag dan om twee aparte monitoringrapporten. Een ton en een winst in leefgebied kunnen allebei echt zijn. Dezelfde foto van hetzelfde bos als bewijs voor allebei is dat niet.”

Wat een bedrijf nu kan doen

  1. Breng eerst je impact op de natuur in kaart. De biodiversiteitsstandaard van de CSRD (ESRS E4) en de TNFD-aanbevelingen vragen waar je bedrijf en keten de natuur raken. Credits komen na die analyse, niet in plaats daarvan.

  2. Kies carbonprojecten met geverifieerde waarde voor biodiversiteit. Dat is nu de meest volwassen manier om natuur te financieren (blue carbon credits, carbon credits uit herbebossing en bosbeheer).

  3. Behandel biodiversiteitscredits als bijdrage. Koop je ze, beschrijf ze dan als financiering voor natuur op een genoemde plek, zonder te claimen dat je je impact hebt gecompenseerd.

“We krijgen elk kwartaal meer vragen over biodiversiteitscredits, en ons advies blijft om te beginnen met carbonprojecten die sterke, onafhankelijk geverifieerde resultaten voor de natuur hebben. De markt voor biodiversiteitscredits is veelbelovend, maar de eenheden zijn nog niet vergelijkbaar genoeg om een claim op te bouwen.”

Bernard de Wit, oprichter van Regreener

Natuurwaarde waar je achter kunt staan?

Bespreek met ons carbonprojecten met geverifieerde resultaten voor biodiversiteit, en hoe je die in je rapportage beschrijft.

Praat met een expert

Biodiversiteitscredits worden vaak de volgende koolstofmarkt genoemd. De vergelijking is begrijpelijk, maar ze wekt bij kopers een verwachting die biodiversiteitscredits niet kunnen waarmaken: een eenheid die een impact elders ongedaan maakt.

Een carbon credit telt tonnen van een gas dat zich gelijkmatig door de atmosfeer verspreidt; een biodiversiteitscredit meet de toestand van een specifieke plek, die geen andere plek kan vervangen. Dat verschil bepaalt hoe ze worden gemeten, hoe je ze kunt gebruiken en hoe ver de markt is. In dit artikel lees je hoe beide werken, waar de EU staat en wat een bedrijf nu kan doen.

Twee verschillende eenheden


Carbon credit

Biodiversiteitscredit

Eenheid

1 ton CO2-equivalent

een gemeten winst of beschermde toestand van natuur, vaak hectares gecorrigeerd voor kwaliteit van het leefgebied

Uitwisselbaar tussen plekken

ja, een ton is een ton

nee, elke plek is uniek

Belangrijkste gebruik

uitstoot verlagen of compenseren, klimaatclaims onderbouwen

bijdragen aan natuur, rapporteren over natuurimpact

Compenseren

toegestaan onder voorwaarden

niet toegestaan door de belangrijkste vrijwillige standaarden

Volwassenheid van de markt

decennia aan registers en methodes

vroeg, standaarden nog in ontwikkeling

Kwaliteitsreferenties

ICVCM, VCMI, SBTi

IAPB-principes, EU-plan in uitvoering

Voor de atmosfeer maakt het niet uit waar een ton CO2 wordt verwijderd. Een wetland in Nederland en een regenwoud in Indonesië herbergen andere soorten, en winst op de ene plek maakt verlies op de andere niet goed. Daarom staan de belangrijkste vrijwillige standaarden niet toe dat biodiversiteitscredits worden gebruikt om te compenseren. Verra bijvoorbeeld stelt dat zijn Nature Credits niet mogen worden gebruikt voor compensatie (Verra Nature Framework).

Zo worden biodiversiteitscredits gemeten

Elke standaard bepaalt zijn eigen maat, meestal een combinatie van:

  • oppervlakte: hoeveel hectare wordt hersteld of beschermd;

  • toestand: de ecologische kwaliteit van het leefgebied, beoordeeld tegen een referentie;

  • indicatoren: soortentellingen, structuur van het leefgebied, soms akoestische monitoring of eDNA.

Credits worden uitgegeven voor een gemeten verbetering, of voor de bescherming van een toestand die wordt bedreigd. Omdat de maten verschillen, zijn twee biodiversiteitscredits van verschillende standaarden niet direct vergelijkbaar, anders dan twee geverifieerde tonnen CO2.

Waar de markt staat

  • Vrijwillige standaarden: Verra stelde de certificering onder zijn Nature Framework op 1 januari 2026 open voor alle projecten, na een pilotfase. Plan Vivo, Wallacea Trust en anderen hebben eigen biodiversiteitsstandaarden.

  • Internationale principes: het International Advisory Panel on Biodiversity Credits, opgericht door het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, publiceerde op COP16 in oktober 2024 principes voor biodiversiteitsmarkten met hoge integriteit.

  • EU: de Europese Commissie publiceerde in juli 2025 haar stappenplan voor natuurcredits (COM(2025) 374). Een expertgroep komt sinds december 2025 bijeen, en de Commissie start in september 2026 een enquête onder potentiële kopers om de vraag te schatten (Bellona). Frankrijk bereidt een eigen initiatief voor biodiversiteitscredits voor.

  • Verplicht: in Engeland moeten de meeste nieuwe bouwprojecten sinds februari 2024 10% winst voor biodiversiteit opleveren, gemeten in biodiversiteitseenheden. Dat is een gereguleerd compensatiesysteem voor ruimtelijke ordening, los van vrijwillige credits.

De volumes vrijwillige biodiversiteitscredits zijn nog klein vergeleken met carbon. Voor een Europees bedrijf telt het EU-werk het zwaarst, omdat dat bepaalt naar welke gecertificeerde natuureenheden je in rapportages en claims kunt verwijzen.

Waar carbon en biodiversiteit samenkomen

Voor de meeste kopers loopt de praktische route naar biodiversiteit nu via carbonprojecten. Mangroveherstel, herbebossing met inheemse soorten en bosbescherming leveren zowel koolstof als waarde voor leefgebieden op, en veel van die projecten hebben een onafhankelijke biodiversiteitscertificering zoals de CCB Standards (co-benefits van carbon credits). De markt prijst dat al in: volgens Sylvera stegen herbebossingscredits met hoge co-benefitscores van gemiddeld USD 19 in december 2024 naar meer dan USD 30 in januari 2026.

Sommige projecten geven nu beide uit: carbon credits voor de tonnen en biodiversiteitscredits voor de winst in leefgebied. Dat heet stapelen. Het is legitiem als elke credit een ander resultaat meet en de koper niet één resultaat twee keer telt. Vraag de ontwikkelaar of het biodiversiteitsresultaat al in de prijs en claims van de carbon credit zit.

Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Verkoopt een project je een carbon credit en een biodiversiteitscredit voor dezelfde hectare, vraag dan om twee aparte monitoringrapporten. Een ton en een winst in leefgebied kunnen allebei echt zijn. Dezelfde foto van hetzelfde bos als bewijs voor allebei is dat niet.”

Wat een bedrijf nu kan doen

  1. Breng eerst je impact op de natuur in kaart. De biodiversiteitsstandaard van de CSRD (ESRS E4) en de TNFD-aanbevelingen vragen waar je bedrijf en keten de natuur raken. Credits komen na die analyse, niet in plaats daarvan.

  2. Kies carbonprojecten met geverifieerde waarde voor biodiversiteit. Dat is nu de meest volwassen manier om natuur te financieren (blue carbon credits, carbon credits uit herbebossing en bosbeheer).

  3. Behandel biodiversiteitscredits als bijdrage. Koop je ze, beschrijf ze dan als financiering voor natuur op een genoemde plek, zonder te claimen dat je je impact hebt gecompenseerd.

“We krijgen elk kwartaal meer vragen over biodiversiteitscredits, en ons advies blijft om te beginnen met carbonprojecten die sterke, onafhankelijk geverifieerde resultaten voor de natuur hebben. De markt voor biodiversiteitscredits is veelbelovend, maar de eenheden zijn nog niet vergelijkbaar genoeg om een claim op te bouwen.”

Bernard de Wit, oprichter van Regreener

Natuurwaarde waar je achter kunt staan?

Bespreek met ons carbonprojecten met geverifieerde resultaten voor biodiversiteit, en hoe je die in je rapportage beschrijft.

Praat met een expert

Biodiversiteitscredits worden vaak de volgende koolstofmarkt genoemd. De vergelijking is begrijpelijk, maar ze wekt bij kopers een verwachting die biodiversiteitscredits niet kunnen waarmaken: een eenheid die een impact elders ongedaan maakt.

Een carbon credit telt tonnen van een gas dat zich gelijkmatig door de atmosfeer verspreidt; een biodiversiteitscredit meet de toestand van een specifieke plek, die geen andere plek kan vervangen. Dat verschil bepaalt hoe ze worden gemeten, hoe je ze kunt gebruiken en hoe ver de markt is. In dit artikel lees je hoe beide werken, waar de EU staat en wat een bedrijf nu kan doen.

Twee verschillende eenheden


Carbon credit

Biodiversiteitscredit

Eenheid

1 ton CO2-equivalent

een gemeten winst of beschermde toestand van natuur, vaak hectares gecorrigeerd voor kwaliteit van het leefgebied

Uitwisselbaar tussen plekken

ja, een ton is een ton

nee, elke plek is uniek

Belangrijkste gebruik

uitstoot verlagen of compenseren, klimaatclaims onderbouwen

bijdragen aan natuur, rapporteren over natuurimpact

Compenseren

toegestaan onder voorwaarden

niet toegestaan door de belangrijkste vrijwillige standaarden

Volwassenheid van de markt

decennia aan registers en methodes

vroeg, standaarden nog in ontwikkeling

Kwaliteitsreferenties

ICVCM, VCMI, SBTi

IAPB-principes, EU-plan in uitvoering

Voor de atmosfeer maakt het niet uit waar een ton CO2 wordt verwijderd. Een wetland in Nederland en een regenwoud in Indonesië herbergen andere soorten, en winst op de ene plek maakt verlies op de andere niet goed. Daarom staan de belangrijkste vrijwillige standaarden niet toe dat biodiversiteitscredits worden gebruikt om te compenseren. Verra bijvoorbeeld stelt dat zijn Nature Credits niet mogen worden gebruikt voor compensatie (Verra Nature Framework).

Zo worden biodiversiteitscredits gemeten

Elke standaard bepaalt zijn eigen maat, meestal een combinatie van:

  • oppervlakte: hoeveel hectare wordt hersteld of beschermd;

  • toestand: de ecologische kwaliteit van het leefgebied, beoordeeld tegen een referentie;

  • indicatoren: soortentellingen, structuur van het leefgebied, soms akoestische monitoring of eDNA.

Credits worden uitgegeven voor een gemeten verbetering, of voor de bescherming van een toestand die wordt bedreigd. Omdat de maten verschillen, zijn twee biodiversiteitscredits van verschillende standaarden niet direct vergelijkbaar, anders dan twee geverifieerde tonnen CO2.

Waar de markt staat

  • Vrijwillige standaarden: Verra stelde de certificering onder zijn Nature Framework op 1 januari 2026 open voor alle projecten, na een pilotfase. Plan Vivo, Wallacea Trust en anderen hebben eigen biodiversiteitsstandaarden.

  • Internationale principes: het International Advisory Panel on Biodiversity Credits, opgericht door het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, publiceerde op COP16 in oktober 2024 principes voor biodiversiteitsmarkten met hoge integriteit.

  • EU: de Europese Commissie publiceerde in juli 2025 haar stappenplan voor natuurcredits (COM(2025) 374). Een expertgroep komt sinds december 2025 bijeen, en de Commissie start in september 2026 een enquête onder potentiële kopers om de vraag te schatten (Bellona). Frankrijk bereidt een eigen initiatief voor biodiversiteitscredits voor.

  • Verplicht: in Engeland moeten de meeste nieuwe bouwprojecten sinds februari 2024 10% winst voor biodiversiteit opleveren, gemeten in biodiversiteitseenheden. Dat is een gereguleerd compensatiesysteem voor ruimtelijke ordening, los van vrijwillige credits.

De volumes vrijwillige biodiversiteitscredits zijn nog klein vergeleken met carbon. Voor een Europees bedrijf telt het EU-werk het zwaarst, omdat dat bepaalt naar welke gecertificeerde natuureenheden je in rapportages en claims kunt verwijzen.

Waar carbon en biodiversiteit samenkomen

Voor de meeste kopers loopt de praktische route naar biodiversiteit nu via carbonprojecten. Mangroveherstel, herbebossing met inheemse soorten en bosbescherming leveren zowel koolstof als waarde voor leefgebieden op, en veel van die projecten hebben een onafhankelijke biodiversiteitscertificering zoals de CCB Standards (co-benefits van carbon credits). De markt prijst dat al in: volgens Sylvera stegen herbebossingscredits met hoge co-benefitscores van gemiddeld USD 19 in december 2024 naar meer dan USD 30 in januari 2026.

Sommige projecten geven nu beide uit: carbon credits voor de tonnen en biodiversiteitscredits voor de winst in leefgebied. Dat heet stapelen. Het is legitiem als elke credit een ander resultaat meet en de koper niet één resultaat twee keer telt. Vraag de ontwikkelaar of het biodiversiteitsresultaat al in de prijs en claims van de carbon credit zit.

Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Verkoopt een project je een carbon credit en een biodiversiteitscredit voor dezelfde hectare, vraag dan om twee aparte monitoringrapporten. Een ton en een winst in leefgebied kunnen allebei echt zijn. Dezelfde foto van hetzelfde bos als bewijs voor allebei is dat niet.”

Wat een bedrijf nu kan doen

  1. Breng eerst je impact op de natuur in kaart. De biodiversiteitsstandaard van de CSRD (ESRS E4) en de TNFD-aanbevelingen vragen waar je bedrijf en keten de natuur raken. Credits komen na die analyse, niet in plaats daarvan.

  2. Kies carbonprojecten met geverifieerde waarde voor biodiversiteit. Dat is nu de meest volwassen manier om natuur te financieren (blue carbon credits, carbon credits uit herbebossing en bosbeheer).

  3. Behandel biodiversiteitscredits als bijdrage. Koop je ze, beschrijf ze dan als financiering voor natuur op een genoemde plek, zonder te claimen dat je je impact hebt gecompenseerd.

“We krijgen elk kwartaal meer vragen over biodiversiteitscredits, en ons advies blijft om te beginnen met carbonprojecten die sterke, onafhankelijk geverifieerde resultaten voor de natuur hebben. De markt voor biodiversiteitscredits is veelbelovend, maar de eenheden zijn nog niet vergelijkbaar genoeg om een claim op te bouwen.”

Bernard de Wit, oprichter van Regreener

Natuurwaarde waar je achter kunt staan?

Bespreek met ons carbonprojecten met geverifieerde resultaten voor biodiversiteit, en hoe je die in je rapportage beschrijft.

Praat met een expert

Gratis tool

Hoe sterk is het project achter je credits?

Beoordeel een project op additionaliteit, blijvendheid, baseline en bijkomende voordelen, met de vragen voor je leverancier. De tool is in het Engels.

Gratis · geen account nodig

Regreener free tools for carbon credit buyers

Over de Auteur:

bernard de wit van regreener

Bernard de Wit

Bernard is de oprichter van Regreener, dat hij in 2020 startte na zijn rechtenstudie in Leiden (Nederland) en Oxford (Verenigd Koninkrijk). Hij is gepassioneerd over klimaatactie, duurzaamheid en CO2-creditsmarkten en helpt bedrijven om betrouwbare, impactvolle klimaatmaatregelen te nemen door inzichten en best practices te delen. Als hij niet bezig is met het delen van kennis of het adviseren van bedrijven over hun duurzaamheidsdoelstellingen, kun je Bernard vinden op de tennisbaan of bij vrienden.

Gratis tools

Zes gratis tools voor kopers van carbon credits

Plan je budget, check je SBTi V2-vereisten, bouw een RFP, vergelijk offertes en check de kwaliteit van je credits.

Regreener free tools for carbon credit buyers

INHOUDSOPGAVE

Artikel Delen

Artikel Delen

Veelgestelde vragen

Wat is een biodiversiteitscredit?

Een biodiversiteitscredit is een gecertificeerde eenheid voor een gemeten positief resultaat voor de natuur, zoals hersteld of beschermd leefgebied gecorrigeerd voor ecologische kwaliteit. Elke standaard bepaalt zijn eigen maat, en de credit hoort bij een specifieke plek.

Wat is het verschil tussen biodiversiteitscredits en carbon credits?

Een carbon credit is één ton CO2-equivalent die is vermeden of verwijderd, en elke ton heeft overal hetzelfde klimaateffect. Een biodiversiteitscredit meet de toestand van een specifieke plek, die niet voor een andere is in te ruilen, dus je gebruikt hem als bijdrage aan de natuur en niet om te compenseren.

Kun je met biodiversiteitscredits compenseren?

Niet onder de belangrijkste vrijwillige standaarden. Verra bijvoorbeeld stelt dat zijn Nature Credits niet mogen worden gebruikt voor compensatie. Gereguleerde systemen zoals de biodiversity net gain in Engeland staan lokale compensatie bij bouwprojecten wel toe, onder eigen regels.

Wat doet de EU met natuurcredits?

De Europese Commissie publiceerde in juli 2025 een stappenplan voor natuurcredits en richtte een expertgroep op die sinds december 2025 bijeenkomt. Ze onderzoekt vraag en aanbod, onder meer met een enquête onder kopers vanaf september 2026, voordat ze over certificering besluit.

Kan een project zowel carbon- als biodiversiteitscredits verkopen?

Ja, als elke credit een ander resultaat meet en beide apart worden gemonitord. Kopers controleren of hetzelfde resultaat niet twee keer wordt geclaimd en of de biodiversiteitswaarde niet al in de prijs van de carbon credit zit.

Greenwashing-proof klimaatactie

Portret van een klimaatstrateeg
Portret van een klimaatstrateeg

Sluit je aan bij 200+ bedrijven die impact maken met Regreener