Insetting wordt vaak gepresenteerd als de betere versie van compensatie: dichter bij huis, tastbaarder, lastiger te bekritiseren. Dat klopt deels. Maar insetting en offsetting beantwoorden verschillende vragen, ze worden anders verantwoord, en een project in de buurt van je toeleveringsketen is niet vanzelf een inset.
Carbon insetting financiert reductie of verwijdering binnen je eigen waardeketen; carbon offsetting financiert projecten daarbuiten. Insetting kan je gerapporteerde scope 3-uitstoot verlagen als het herleidbaar en gemeten is; compensatie rapporteer je apart. In dit artikel lees je het verschil, het grijze gebied ertussen, wat er in 2026 veranderde en wanneer welke past.
Het verschil in één tabel
Insetting | Offsetting | |
|---|---|---|
Waar het project zit | in je waardeketen: je leveranciers, je inkoopregio’s, je logistiek | overal buiten je waardeketen |
Wat het verandert | je eigen scope 3-uitstoot | niets in je inventaris; het financiert klimaatactie elders |
Hoe je het rapporteert | als reductie in de betrokken scope 3-categorie, met bewijs | apart van de inventaris, met afboekingsbewijs |
Benodigd bewijs | herleidbaarheid tot je inkoop, gemeten resultaten | een geverifieerde, afgeboekte carbon credit |
Gangbare voorbeelden | leverancier die overstapt op duurzame warmte, regeneratieve landbouw bij je telers, CO2-arme materialen | bosbescherming, kooktoestellen, biochar, direct air capture |
Telt voor SBTi-doelen | ja, als het in de inventaris zichtbaar is | nee |
Het International Platform for Insetting, inmiddels onderdeel van de WBCSD, omschrijft insetting als investeren in klimaat- en natuuractie binnen de eigen waardeketen van een bedrijf: in de boerderijen, landschappen en gemeenschappen waar het van inkoopt (WBCSD).
Waarom de verantwoording verschilt
Je broeikasgasinventaris meet de uitstoot die hoort bij wat je inkoopt, maakt en verkoopt. Help je een leverancier de uitstoot te verlagen van de producten die je van hem koopt, dan daalt de emissiefactor van die inkoop, en daarmee je scope 3. Dat is een echte reductie van je footprint.
Een compensatie werkt anders. Die financiert een reductie of verwijdering ergens die niets met je producten te maken heeft. Je inventaris blijft gelijk, en onder het GHG Protocol rapporteer je de credit ernaast. De Corporate Net-Zero Standard V2.0 van SBTi meet de voortgang op doelen alleen aan de fysieke inventaris, dus compensatie telt nooit mee voor een reductiedoel (scope 3 en carbon credits).
Het grijze gebied: in de buurt van je waardeketen is er nog niet in
Veel projecten zitten ertussenin. Een kledingmerk financiert herbebossing in de regio waar zijn katoen groeit; een koffiebedrijf steunt kooktoestellen in dorpen bij zijn telers. Die projecten zitten dicht bij de waardeketen en leveren vaak een beter verhaal op, maar als ze de uitstoot van de producten die je koopt niet veranderen, zijn het compensatieprojecten.
O My Bag, een Amsterdams tassenmerk dat in India produceert, doet dit goed. Het steunt geverifieerde CO2-projecten in India, dicht bij het begin van zijn keten, vanwege hun sociale en ecologische voordelen, en behandelt ze als verantwoordelijkheid voor uitstoot die het nog niet kan verminderen, buiten de berekening van zijn eigen footprint.
De toets is eenvoudig: verandert het project een emissiefactor of een activiteit in je inventaris? Zo ja, dan kan het een inset zijn, met bewijs. Zo nee, dan is het compensatie, hoe dichtbij ook.
Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Voordat je iets een inset noemt, vraag je duurzaamheidsteam welk getal in de scope 3 van volgend jaar erdoor lager wordt. Kan niemand een categorie en een leverancier aanwijzen, noem het dan wat het is: een goed gekozen bijdrage in de buurt van je toeleveringsketen. Dat blijft de moeite waard, en is veel makkelijker te verdedigen.”
Wat er in 2026 veranderde
Certificering voor projecten in de waardeketen. Op 15 september 2026 lanceerde Verra zijn Scope 3 Standard Program. Dat certificeert klimaatprojecten binnen de waardeketen van bedrijven en geeft Scope 3 Units uit die gekoppeld zijn aan de producten die ze raken. Insetting krijgt zo een verificatieroute die lijkt op die van carbon credits (Verra).
Regels voor claims. Vanaf 27 september 2026 verbiedt het Europese consumentenrecht claims dat een product CO2-neutraal is of minder impact heeft dankzij compensatie (de EmpCo-richtlijn en klimaatneutraal claimen). Claims op basis van echte reductie in je eigen waardeketen zijn een ander geval, maar ook die moeten concreet en controleerbaar zijn. Insetting is geen achterdeur voor vage claims.
Claims over een scope 3-gat. Met de Scope 3 Action Code van het VCMI mogen bedrijven die op koers liggen met hun doelen voor scope 1 en 2 hoogwaardige credits gebruiken om een deel van een tijdelijk scope 3-gat te dekken, tot 25% van hun scope 3-pad, tot 2040. Dat is een claim op basis van compensatie, naast insetting en niet in plaats daarvan.
Wanneer gebruik je wat?
Kies insetting als je grote scope 3-uitstoot hebt in een paar leverancierscategorieën, een relatie met die leveranciers en de mogelijkheid om de verandering te meten. Het kost meer tijd om op te zetten en is lastiger te verifiëren, maar het verlaagt je eigen footprint en versterkt je toeleveringsketen.
Kies offsetting voor uitstoot die je nog niet kunt verminderen, voor een bijdrage buiten je waardeketen en, vanaf 2035, voor de verwijderingseis van SBTi. Het gaat sneller, je kunt het vandaag volgens een kwaliteitsbeleid inkopen, en het hangt niet af van data van leveranciers.
De meeste bedrijven hebben beide nodig, in die volgorde van prioriteit. Onze gratis budget- en strategieplanner helpt het compensatiedeel naast je reductieplan te bepalen.
“Insetting is reductiewerk met een CO2-prijs eraan, en hoort in het reductieplan. Offsetting is wat je doet met de uitstoot die overblijft terwijl dat plan loopt. Allebei nuttig. Problemen ontstaan als een bedrijf het een als het ander presenteert.”
Bernard de Wit, oprichter van Regreener
Je reductieplan scheiden van je credits?
Wij helpen bedrijven bepalen welke uitstoot ze in de waardeketen aanpakken en hoe ze de rest invullen met credits die ze kunnen verantwoorden.






