laat ons je terugbellen.

Artikel 6 van het Akkoord van Parijs uitgelegd: 6.2, 6.4, ITMO's en corresponding adjustments

Laatst bijgewerkt:

9 minuten leestijd

9 minuten leestijd

Samenvatting:

Artikel 6 van het Akkoord van Parijs laat landen samenwerken aan emissiereductie, ook door reducties over de grens over te dragen. Onder Artikel 6.2 sluiten landen bilaterale afspraken en verhandelen ze internationally transferred mitigation outcomes (ITMO’s); onder Artikel 6.4 geeft een VN-mechanisme credits uit voor goedgekeurde projecten. Als een gastland een reductie autoriseert voor gebruik in het buitenland, past het een corresponding adjustment toe, zodat de ton maar één keer meetelt. Bedrijven hebben geautoriseerde credits nodig voor verplichte toepassingen zoals CORSIA, niet voor een vrijwillige bijdrageclaim.

Samenvatting:

Artikel 6 van het Akkoord van Parijs laat landen samenwerken aan emissiereductie, ook door reducties over de grens over te dragen. Onder Artikel 6.2 sluiten landen bilaterale afspraken en verhandelen ze internationally transferred mitigation outcomes (ITMO’s); onder Artikel 6.4 geeft een VN-mechanisme credits uit voor goedgekeurde projecten. Als een gastland een reductie autoriseert voor gebruik in het buitenland, past het een corresponding adjustment toe, zodat de ton maar één keer meetelt. Bedrijven hebben geautoriseerde credits nodig voor verplichte toepassingen zoals CORSIA, niet voor een vrijwillige bijdrageclaim.

Samenvatting:

Artikel 6 van het Akkoord van Parijs laat landen samenwerken aan emissiereductie, ook door reducties over de grens over te dragen. Onder Artikel 6.2 sluiten landen bilaterale afspraken en verhandelen ze internationally transferred mitigation outcomes (ITMO’s); onder Artikel 6.4 geeft een VN-mechanisme credits uit voor goedgekeurde projecten. Als een gastland een reductie autoriseert voor gebruik in het buitenland, past het een corresponding adjustment toe, zodat de ton maar één keer meetelt. Bedrijven hebben geautoriseerde credits nodig voor verplichte toepassingen zoals CORSIA, niet voor een vrijwillige bijdrageclaim.

Artikel 6 was lang iets voor klimaatonderhandelaars. Nu duikt het op in offertes voor carbon credits als “geautoriseerd”, “corresponding adjustment” of “Artikel 6-geschikt”, meestal met een hogere prijs. Kopers moeten weten wat die woorden betekenen en of ze ervoor moeten betalen.

Artikel 6 van het Akkoord van Parijs laat landen samenwerken aan emissiereductie, ook door reducties over de grens over te dragen, met een corresponding adjustment zodat elke ton één keer meetelt. Er zijn twee marktsporen, bilaterale samenwerking onder Artikel 6.2 en een VN-mechanisme onder Artikel 6.4, plus een spoor zonder markt onder 6.8. In dit artikel lees je hoe ze werken, waar ze de vrijwillige markt raken en wanneer een bedrijf echt een geautoriseerde credit nodig heeft.

Waarom Artikel 6 bestaat: elke ton één keer tellen

Onder het Akkoord van Parijs heeft elk land een klimaatdoel, de nationaal bepaalde bijdrage (NDC). Dat geeft een telprobleem. Als een bosproject in land A een credit verkoopt aan een bedrijf of overheid in land B, en land A dezelfde reductie ook meetelt voor zijn eigen doel, wordt de ton twee keer geclaimd.

Artikel 6 lost dat op voor internationale overdrachten. Een gastland kan een reductie autoriseren voor gebruik buiten zijn eigen doel. Wordt de geautoriseerde reductie overgedragen, dan past het gastland een corresponding adjustment toe in zijn emissieboekhouding: het telt de ton weer bij zijn eigen balans op, zodat alleen de koper hem meetelt.

Het Article 6 Observatory omschrijft een corresponding adjustment als een boekhoudkundige waarborg en geen kwaliteitslabel (Article 6 101). Een geautoriseerde credit van een zwak project blijft een zwakke credit.

Artikel 6.2: bilaterale afspraken en ITMO’s

Artikel 6.2 laat landen samenwerkingsverbanden (cooperative approaches) opzetten, meestal bilaterale afspraken tussen een kopend land en een gastland. Het Akkoord van Parijs laat de invulling aan de landen over: zij spreken af welke projecttypen meedoen, hoe eenheden worden geautoriseerd en hoe ze worden gevolgd.

Een reductie die onder zo’n afspraak is geautoriseerd en voor het eerst is overgedragen, is een ITMO (internationally transferred mitigation outcome). De eerste ITMO-overdracht vond plaats in december 2023, van Thailand naar Zwitserland. Volgens een VN-update van juni 2026 waren 40 landen bij zulke samenwerkingsverbanden betrokken. Zwitserland, Japan, Singapore en Zweden behoren tot de actiefste kopende landen, en er worden steeds nieuwe afspraken aangekondigd; zo bereidden Brazilië en China volgens berichten van september 2026 een Artikel 6.2-overeenkomst voor COP31 voor.

Voor een bedrijf telt Artikel 6.2 vooral via de projecten die in die afspraken zitten. Sommige projecten van de vrijwillige markt worden geautoriseerd, zodat hun credits aan overheden of verplichte kopers kunnen worden verkocht. Dat haalt aanbod weg bij vrijwillige kopers en ondersteunt de prijs van dat soort credits.

Artikel 6.4: het Paris Agreement Crediting Mechanism

Artikel 6.4 richt één door de VN gecontroleerd systeem voor credits op, het Paris Agreement Crediting Mechanism (PACM), onder toezicht van de Article 6.4 Supervisory Body. Het is de opvolger van het Clean Development Mechanism (CDM) uit het Kyotoprotocol, en CDM-projecten kunnen onder strengere regels overstappen.

Het PACM keurde in februari 2026 zijn eerste uitgifte goed, voor een overgestapt project met schone kooktoestellen in Myanmar. Volgens de Supervisory Body waren de toegekende reducties ongeveer 40% lager dan onder de oude regels, vooral door voorzichtiger baselines (UNFCCC Article 6.4-nieuws).

Het PACM geeft A6.4ER’s uit, in twee soorten:

  • Geautoriseerde A6.4ER’s, die het gastland heeft goedgekeurd voor internationaal gebruik. Bij de eerste overdracht worden het ITMO’s, met een corresponding adjustment.

  • Mitigation contribution units (MCU’s), die niet geautoriseerd zijn. Ze tellen mee voor het doel van het gastland zelf en kunnen resultaatgerichte financiering of bijdrageclaims ondersteunen, maar een ander land kan ze niet voor zijn NDC gebruiken.

Het PACM bevat ook bijdragen die de meeste vrijwillige standaarden niet kennen: een deel van de opbrengst gaat naar klimaatadaptatie, en een deel van de credits wordt geannuleerd als algehele mitigatiebijdrage, zodat niet elke ton wordt gebruikt om andermans uitstoot te compenseren.

Artikel 6.8: samenwerking zonder markt

Artikel 6.8 gaat over samenwerking zonder handel: financiering, technologieoverdracht en kennisopbouw. Het levert geen eenheden op en speelt geen directe rol bij het inkopen van carbon credits.

Waar Artikel 6 de vrijwillige CO2-markt raakt

De meeste vrijwillige credits zijn niet geautoriseerd en hoeven dat ook niet te zijn. Een credit van Verra of Gold Standard voor een reductie in Kenia blijft in de nationale boekhouding van Kenia, en de koper doet een bijdrageclaim: “wij hebben deze reductie gefinancierd”. Niemand telt hem dubbel voor een nationaal doel, omdat de koper hem daar niet voor gebruikt.

Autorisatie telt in vier situaties:

  1. CORSIA. Luchtvaartmaatschappijen mogen voor hun verplichtingen in de eerste fase alleen eenheden met autorisatie en corresponding adjustment gebruiken (CORSIA-credits kopen).

  2. Overheden als koper en CO2-heffingen. Landen die ITMO’s kopen voor hun NDC, en heffingen zoals die van Singapore, waar bedrijven geschikte internationale credits uit partnerlanden mogen gebruiken voor maximaal 5% van hun belastbare uitstoot.

  3. De EU na 2035. De Europese klimaatwet voor 2040 staat toe dat vanaf 2036 maximaal 5 procentpunt van het doel voor 2040 uit hoogwaardige internationale credits komt. Het ETS-voorstel van de Commissie van juli 2026 wil daar tot 260 miljoen emissierechten voor reserveren (het EU ETS uitgelegd).

  4. Bedrijfsclaims die exclusief eigendom van de ton vereisen, waarbij een koper zeker wil weten dat geen land dezelfde reductie meetelt. Sommige bedrijven vragen daarom om geautoriseerde credits, vooral in langlopende contracten.

Voor een Nederlands bedrijf dat een bijdrageclaim doet, de richting waarin de Europese consumentenregels vanaf 27 september 2026 sturen, is een geautoriseerde credit niet nodig (bijdrageclaims met CO2-credits).

Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Staat er een Artikel 6-toeslag in een offerte, vraag dan wat je met de autorisatie gaat doen. Voor CORSIA of een overheid als koper is ze onmisbaar. Voor een bijdrageclaim levert ze je vooral een tragere levering en een hogere prijs op. Betaal ervoor als je toepassing het vraagt, en steek het geld in een beter project als dat niet zo is.”

Wat autorisatie verandert in een contract

Geautoriseerde credits brengen risico’s mee die gewone vrijwillige credits niet hebben, omdat ze afhangen van een overheidsbesluit:

  • Autorisatierisico. De autorisatiebrief kan vertraagd, voorwaardelijk of ingetrokken worden. Kijk wat het contract regelt als hij niet komt.

  • Timing van de corresponding adjustment. De aanpassing verschijnt in de rapportage van het gastland, vaak later dan de credit wordt geleverd. Vraag hoe en wanneer die wordt aangetoond.

  • Beleidsrisico. Gastlanden kunnen veranderen welke projecttypen ze autoriseren, of ze reserveren voor hun eigen doel.

  • Prijs. Geautoriseerde credits zijn doorgaans duurder dan niet-geautoriseerde credits uit hetzelfde project.

Die afspraken tellen het zwaarst in meerjarige deals. In onze gids over carbon offtake agreements en de kopersgids voor offtake-overeenkomsten lees je hoe je ze verdeelt.

“Artikel 6 maakt de CO2-markt geloofwaardiger, omdat het het gat van dubbeltelling bij internationale overdracht dicht. Het maakt niet elke credit beter. Wij beoordelen een geautoriseerde credit met precies hetzelfde kwaliteitskader als elke andere, en kijken pas daarna wat de autorisatie toevoegt.”

Bernard de Wit, oprichter van Regreener

Overzicht van de begrippen

Begrip

Wat het betekent

Heb je het nodig?

Artikel 6.2

Bilaterale samenwerking tussen landen

Alleen via projecten in zulke afspraken

Artikel 6.4 / PACM

Door de VN gecontroleerd mechanisme voor credits

Optionele bron van credits

ITMO

Geautoriseerde reductie na eerste overdracht

Voor gebruik voor een NDC of CORSIA

Corresponding adjustment

Gastland haalt de ton uit zijn eigen boekhouding

Als de toepassing exclusieve telling vraagt

Geautoriseerde A6.4ER

PACM-credit goedgekeurd voor internationaal gebruik

Voor verplichte toepassingen

Mitigation contribution unit

PACM-credit niet geautoriseerd voor internationaal gebruik

Geschikt voor bijdrageclaims

Credits aangeboden met een Artikel 6-toeslag?

Wij beoordelen het project achter de autorisatie en vertellen je of jouw toepassing die nodig heeft.

Praat met een expert

Artikel 6 was lang iets voor klimaatonderhandelaars. Nu duikt het op in offertes voor carbon credits als “geautoriseerd”, “corresponding adjustment” of “Artikel 6-geschikt”, meestal met een hogere prijs. Kopers moeten weten wat die woorden betekenen en of ze ervoor moeten betalen.

Artikel 6 van het Akkoord van Parijs laat landen samenwerken aan emissiereductie, ook door reducties over de grens over te dragen, met een corresponding adjustment zodat elke ton één keer meetelt. Er zijn twee marktsporen, bilaterale samenwerking onder Artikel 6.2 en een VN-mechanisme onder Artikel 6.4, plus een spoor zonder markt onder 6.8. In dit artikel lees je hoe ze werken, waar ze de vrijwillige markt raken en wanneer een bedrijf echt een geautoriseerde credit nodig heeft.

Waarom Artikel 6 bestaat: elke ton één keer tellen

Onder het Akkoord van Parijs heeft elk land een klimaatdoel, de nationaal bepaalde bijdrage (NDC). Dat geeft een telprobleem. Als een bosproject in land A een credit verkoopt aan een bedrijf of overheid in land B, en land A dezelfde reductie ook meetelt voor zijn eigen doel, wordt de ton twee keer geclaimd.

Artikel 6 lost dat op voor internationale overdrachten. Een gastland kan een reductie autoriseren voor gebruik buiten zijn eigen doel. Wordt de geautoriseerde reductie overgedragen, dan past het gastland een corresponding adjustment toe in zijn emissieboekhouding: het telt de ton weer bij zijn eigen balans op, zodat alleen de koper hem meetelt.

Het Article 6 Observatory omschrijft een corresponding adjustment als een boekhoudkundige waarborg en geen kwaliteitslabel (Article 6 101). Een geautoriseerde credit van een zwak project blijft een zwakke credit.

Artikel 6.2: bilaterale afspraken en ITMO’s

Artikel 6.2 laat landen samenwerkingsverbanden (cooperative approaches) opzetten, meestal bilaterale afspraken tussen een kopend land en een gastland. Het Akkoord van Parijs laat de invulling aan de landen over: zij spreken af welke projecttypen meedoen, hoe eenheden worden geautoriseerd en hoe ze worden gevolgd.

Een reductie die onder zo’n afspraak is geautoriseerd en voor het eerst is overgedragen, is een ITMO (internationally transferred mitigation outcome). De eerste ITMO-overdracht vond plaats in december 2023, van Thailand naar Zwitserland. Volgens een VN-update van juni 2026 waren 40 landen bij zulke samenwerkingsverbanden betrokken. Zwitserland, Japan, Singapore en Zweden behoren tot de actiefste kopende landen, en er worden steeds nieuwe afspraken aangekondigd; zo bereidden Brazilië en China volgens berichten van september 2026 een Artikel 6.2-overeenkomst voor COP31 voor.

Voor een bedrijf telt Artikel 6.2 vooral via de projecten die in die afspraken zitten. Sommige projecten van de vrijwillige markt worden geautoriseerd, zodat hun credits aan overheden of verplichte kopers kunnen worden verkocht. Dat haalt aanbod weg bij vrijwillige kopers en ondersteunt de prijs van dat soort credits.

Artikel 6.4: het Paris Agreement Crediting Mechanism

Artikel 6.4 richt één door de VN gecontroleerd systeem voor credits op, het Paris Agreement Crediting Mechanism (PACM), onder toezicht van de Article 6.4 Supervisory Body. Het is de opvolger van het Clean Development Mechanism (CDM) uit het Kyotoprotocol, en CDM-projecten kunnen onder strengere regels overstappen.

Het PACM keurde in februari 2026 zijn eerste uitgifte goed, voor een overgestapt project met schone kooktoestellen in Myanmar. Volgens de Supervisory Body waren de toegekende reducties ongeveer 40% lager dan onder de oude regels, vooral door voorzichtiger baselines (UNFCCC Article 6.4-nieuws).

Het PACM geeft A6.4ER’s uit, in twee soorten:

  • Geautoriseerde A6.4ER’s, die het gastland heeft goedgekeurd voor internationaal gebruik. Bij de eerste overdracht worden het ITMO’s, met een corresponding adjustment.

  • Mitigation contribution units (MCU’s), die niet geautoriseerd zijn. Ze tellen mee voor het doel van het gastland zelf en kunnen resultaatgerichte financiering of bijdrageclaims ondersteunen, maar een ander land kan ze niet voor zijn NDC gebruiken.

Het PACM bevat ook bijdragen die de meeste vrijwillige standaarden niet kennen: een deel van de opbrengst gaat naar klimaatadaptatie, en een deel van de credits wordt geannuleerd als algehele mitigatiebijdrage, zodat niet elke ton wordt gebruikt om andermans uitstoot te compenseren.

Artikel 6.8: samenwerking zonder markt

Artikel 6.8 gaat over samenwerking zonder handel: financiering, technologieoverdracht en kennisopbouw. Het levert geen eenheden op en speelt geen directe rol bij het inkopen van carbon credits.

Waar Artikel 6 de vrijwillige CO2-markt raakt

De meeste vrijwillige credits zijn niet geautoriseerd en hoeven dat ook niet te zijn. Een credit van Verra of Gold Standard voor een reductie in Kenia blijft in de nationale boekhouding van Kenia, en de koper doet een bijdrageclaim: “wij hebben deze reductie gefinancierd”. Niemand telt hem dubbel voor een nationaal doel, omdat de koper hem daar niet voor gebruikt.

Autorisatie telt in vier situaties:

  1. CORSIA. Luchtvaartmaatschappijen mogen voor hun verplichtingen in de eerste fase alleen eenheden met autorisatie en corresponding adjustment gebruiken (CORSIA-credits kopen).

  2. Overheden als koper en CO2-heffingen. Landen die ITMO’s kopen voor hun NDC, en heffingen zoals die van Singapore, waar bedrijven geschikte internationale credits uit partnerlanden mogen gebruiken voor maximaal 5% van hun belastbare uitstoot.

  3. De EU na 2035. De Europese klimaatwet voor 2040 staat toe dat vanaf 2036 maximaal 5 procentpunt van het doel voor 2040 uit hoogwaardige internationale credits komt. Het ETS-voorstel van de Commissie van juli 2026 wil daar tot 260 miljoen emissierechten voor reserveren (het EU ETS uitgelegd).

  4. Bedrijfsclaims die exclusief eigendom van de ton vereisen, waarbij een koper zeker wil weten dat geen land dezelfde reductie meetelt. Sommige bedrijven vragen daarom om geautoriseerde credits, vooral in langlopende contracten.

Voor een Nederlands bedrijf dat een bijdrageclaim doet, de richting waarin de Europese consumentenregels vanaf 27 september 2026 sturen, is een geautoriseerde credit niet nodig (bijdrageclaims met CO2-credits).

Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Staat er een Artikel 6-toeslag in een offerte, vraag dan wat je met de autorisatie gaat doen. Voor CORSIA of een overheid als koper is ze onmisbaar. Voor een bijdrageclaim levert ze je vooral een tragere levering en een hogere prijs op. Betaal ervoor als je toepassing het vraagt, en steek het geld in een beter project als dat niet zo is.”

Wat autorisatie verandert in een contract

Geautoriseerde credits brengen risico’s mee die gewone vrijwillige credits niet hebben, omdat ze afhangen van een overheidsbesluit:

  • Autorisatierisico. De autorisatiebrief kan vertraagd, voorwaardelijk of ingetrokken worden. Kijk wat het contract regelt als hij niet komt.

  • Timing van de corresponding adjustment. De aanpassing verschijnt in de rapportage van het gastland, vaak later dan de credit wordt geleverd. Vraag hoe en wanneer die wordt aangetoond.

  • Beleidsrisico. Gastlanden kunnen veranderen welke projecttypen ze autoriseren, of ze reserveren voor hun eigen doel.

  • Prijs. Geautoriseerde credits zijn doorgaans duurder dan niet-geautoriseerde credits uit hetzelfde project.

Die afspraken tellen het zwaarst in meerjarige deals. In onze gids over carbon offtake agreements en de kopersgids voor offtake-overeenkomsten lees je hoe je ze verdeelt.

“Artikel 6 maakt de CO2-markt geloofwaardiger, omdat het het gat van dubbeltelling bij internationale overdracht dicht. Het maakt niet elke credit beter. Wij beoordelen een geautoriseerde credit met precies hetzelfde kwaliteitskader als elke andere, en kijken pas daarna wat de autorisatie toevoegt.”

Bernard de Wit, oprichter van Regreener

Overzicht van de begrippen

Begrip

Wat het betekent

Heb je het nodig?

Artikel 6.2

Bilaterale samenwerking tussen landen

Alleen via projecten in zulke afspraken

Artikel 6.4 / PACM

Door de VN gecontroleerd mechanisme voor credits

Optionele bron van credits

ITMO

Geautoriseerde reductie na eerste overdracht

Voor gebruik voor een NDC of CORSIA

Corresponding adjustment

Gastland haalt de ton uit zijn eigen boekhouding

Als de toepassing exclusieve telling vraagt

Geautoriseerde A6.4ER

PACM-credit goedgekeurd voor internationaal gebruik

Voor verplichte toepassingen

Mitigation contribution unit

PACM-credit niet geautoriseerd voor internationaal gebruik

Geschikt voor bijdrageclaims

Credits aangeboden met een Artikel 6-toeslag?

Wij beoordelen het project achter de autorisatie en vertellen je of jouw toepassing die nodig heeft.

Praat met een expert

Artikel 6 was lang iets voor klimaatonderhandelaars. Nu duikt het op in offertes voor carbon credits als “geautoriseerd”, “corresponding adjustment” of “Artikel 6-geschikt”, meestal met een hogere prijs. Kopers moeten weten wat die woorden betekenen en of ze ervoor moeten betalen.

Artikel 6 van het Akkoord van Parijs laat landen samenwerken aan emissiereductie, ook door reducties over de grens over te dragen, met een corresponding adjustment zodat elke ton één keer meetelt. Er zijn twee marktsporen, bilaterale samenwerking onder Artikel 6.2 en een VN-mechanisme onder Artikel 6.4, plus een spoor zonder markt onder 6.8. In dit artikel lees je hoe ze werken, waar ze de vrijwillige markt raken en wanneer een bedrijf echt een geautoriseerde credit nodig heeft.

Waarom Artikel 6 bestaat: elke ton één keer tellen

Onder het Akkoord van Parijs heeft elk land een klimaatdoel, de nationaal bepaalde bijdrage (NDC). Dat geeft een telprobleem. Als een bosproject in land A een credit verkoopt aan een bedrijf of overheid in land B, en land A dezelfde reductie ook meetelt voor zijn eigen doel, wordt de ton twee keer geclaimd.

Artikel 6 lost dat op voor internationale overdrachten. Een gastland kan een reductie autoriseren voor gebruik buiten zijn eigen doel. Wordt de geautoriseerde reductie overgedragen, dan past het gastland een corresponding adjustment toe in zijn emissieboekhouding: het telt de ton weer bij zijn eigen balans op, zodat alleen de koper hem meetelt.

Het Article 6 Observatory omschrijft een corresponding adjustment als een boekhoudkundige waarborg en geen kwaliteitslabel (Article 6 101). Een geautoriseerde credit van een zwak project blijft een zwakke credit.

Artikel 6.2: bilaterale afspraken en ITMO’s

Artikel 6.2 laat landen samenwerkingsverbanden (cooperative approaches) opzetten, meestal bilaterale afspraken tussen een kopend land en een gastland. Het Akkoord van Parijs laat de invulling aan de landen over: zij spreken af welke projecttypen meedoen, hoe eenheden worden geautoriseerd en hoe ze worden gevolgd.

Een reductie die onder zo’n afspraak is geautoriseerd en voor het eerst is overgedragen, is een ITMO (internationally transferred mitigation outcome). De eerste ITMO-overdracht vond plaats in december 2023, van Thailand naar Zwitserland. Volgens een VN-update van juni 2026 waren 40 landen bij zulke samenwerkingsverbanden betrokken. Zwitserland, Japan, Singapore en Zweden behoren tot de actiefste kopende landen, en er worden steeds nieuwe afspraken aangekondigd; zo bereidden Brazilië en China volgens berichten van september 2026 een Artikel 6.2-overeenkomst voor COP31 voor.

Voor een bedrijf telt Artikel 6.2 vooral via de projecten die in die afspraken zitten. Sommige projecten van de vrijwillige markt worden geautoriseerd, zodat hun credits aan overheden of verplichte kopers kunnen worden verkocht. Dat haalt aanbod weg bij vrijwillige kopers en ondersteunt de prijs van dat soort credits.

Artikel 6.4: het Paris Agreement Crediting Mechanism

Artikel 6.4 richt één door de VN gecontroleerd systeem voor credits op, het Paris Agreement Crediting Mechanism (PACM), onder toezicht van de Article 6.4 Supervisory Body. Het is de opvolger van het Clean Development Mechanism (CDM) uit het Kyotoprotocol, en CDM-projecten kunnen onder strengere regels overstappen.

Het PACM keurde in februari 2026 zijn eerste uitgifte goed, voor een overgestapt project met schone kooktoestellen in Myanmar. Volgens de Supervisory Body waren de toegekende reducties ongeveer 40% lager dan onder de oude regels, vooral door voorzichtiger baselines (UNFCCC Article 6.4-nieuws).

Het PACM geeft A6.4ER’s uit, in twee soorten:

  • Geautoriseerde A6.4ER’s, die het gastland heeft goedgekeurd voor internationaal gebruik. Bij de eerste overdracht worden het ITMO’s, met een corresponding adjustment.

  • Mitigation contribution units (MCU’s), die niet geautoriseerd zijn. Ze tellen mee voor het doel van het gastland zelf en kunnen resultaatgerichte financiering of bijdrageclaims ondersteunen, maar een ander land kan ze niet voor zijn NDC gebruiken.

Het PACM bevat ook bijdragen die de meeste vrijwillige standaarden niet kennen: een deel van de opbrengst gaat naar klimaatadaptatie, en een deel van de credits wordt geannuleerd als algehele mitigatiebijdrage, zodat niet elke ton wordt gebruikt om andermans uitstoot te compenseren.

Artikel 6.8: samenwerking zonder markt

Artikel 6.8 gaat over samenwerking zonder handel: financiering, technologieoverdracht en kennisopbouw. Het levert geen eenheden op en speelt geen directe rol bij het inkopen van carbon credits.

Waar Artikel 6 de vrijwillige CO2-markt raakt

De meeste vrijwillige credits zijn niet geautoriseerd en hoeven dat ook niet te zijn. Een credit van Verra of Gold Standard voor een reductie in Kenia blijft in de nationale boekhouding van Kenia, en de koper doet een bijdrageclaim: “wij hebben deze reductie gefinancierd”. Niemand telt hem dubbel voor een nationaal doel, omdat de koper hem daar niet voor gebruikt.

Autorisatie telt in vier situaties:

  1. CORSIA. Luchtvaartmaatschappijen mogen voor hun verplichtingen in de eerste fase alleen eenheden met autorisatie en corresponding adjustment gebruiken (CORSIA-credits kopen).

  2. Overheden als koper en CO2-heffingen. Landen die ITMO’s kopen voor hun NDC, en heffingen zoals die van Singapore, waar bedrijven geschikte internationale credits uit partnerlanden mogen gebruiken voor maximaal 5% van hun belastbare uitstoot.

  3. De EU na 2035. De Europese klimaatwet voor 2040 staat toe dat vanaf 2036 maximaal 5 procentpunt van het doel voor 2040 uit hoogwaardige internationale credits komt. Het ETS-voorstel van de Commissie van juli 2026 wil daar tot 260 miljoen emissierechten voor reserveren (het EU ETS uitgelegd).

  4. Bedrijfsclaims die exclusief eigendom van de ton vereisen, waarbij een koper zeker wil weten dat geen land dezelfde reductie meetelt. Sommige bedrijven vragen daarom om geautoriseerde credits, vooral in langlopende contracten.

Voor een Nederlands bedrijf dat een bijdrageclaim doet, de richting waarin de Europese consumentenregels vanaf 27 september 2026 sturen, is een geautoriseerde credit niet nodig (bijdrageclaims met CO2-credits).

Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Staat er een Artikel 6-toeslag in een offerte, vraag dan wat je met de autorisatie gaat doen. Voor CORSIA of een overheid als koper is ze onmisbaar. Voor een bijdrageclaim levert ze je vooral een tragere levering en een hogere prijs op. Betaal ervoor als je toepassing het vraagt, en steek het geld in een beter project als dat niet zo is.”

Wat autorisatie verandert in een contract

Geautoriseerde credits brengen risico’s mee die gewone vrijwillige credits niet hebben, omdat ze afhangen van een overheidsbesluit:

  • Autorisatierisico. De autorisatiebrief kan vertraagd, voorwaardelijk of ingetrokken worden. Kijk wat het contract regelt als hij niet komt.

  • Timing van de corresponding adjustment. De aanpassing verschijnt in de rapportage van het gastland, vaak later dan de credit wordt geleverd. Vraag hoe en wanneer die wordt aangetoond.

  • Beleidsrisico. Gastlanden kunnen veranderen welke projecttypen ze autoriseren, of ze reserveren voor hun eigen doel.

  • Prijs. Geautoriseerde credits zijn doorgaans duurder dan niet-geautoriseerde credits uit hetzelfde project.

Die afspraken tellen het zwaarst in meerjarige deals. In onze gids over carbon offtake agreements en de kopersgids voor offtake-overeenkomsten lees je hoe je ze verdeelt.

“Artikel 6 maakt de CO2-markt geloofwaardiger, omdat het het gat van dubbeltelling bij internationale overdracht dicht. Het maakt niet elke credit beter. Wij beoordelen een geautoriseerde credit met precies hetzelfde kwaliteitskader als elke andere, en kijken pas daarna wat de autorisatie toevoegt.”

Bernard de Wit, oprichter van Regreener

Overzicht van de begrippen

Begrip

Wat het betekent

Heb je het nodig?

Artikel 6.2

Bilaterale samenwerking tussen landen

Alleen via projecten in zulke afspraken

Artikel 6.4 / PACM

Door de VN gecontroleerd mechanisme voor credits

Optionele bron van credits

ITMO

Geautoriseerde reductie na eerste overdracht

Voor gebruik voor een NDC of CORSIA

Corresponding adjustment

Gastland haalt de ton uit zijn eigen boekhouding

Als de toepassing exclusieve telling vraagt

Geautoriseerde A6.4ER

PACM-credit goedgekeurd voor internationaal gebruik

Voor verplichte toepassingen

Mitigation contribution unit

PACM-credit niet geautoriseerd voor internationaal gebruik

Geschikt voor bijdrageclaims

Credits aangeboden met een Artikel 6-toeslag?

Wij beoordelen het project achter de autorisatie en vertellen je of jouw toepassing die nodig heeft.

Praat met een expert

Gratis tool

Hoe sterk is het project achter je credits?

Beoordeel een project op additionaliteit, blijvendheid, baseline en bijkomende voordelen, met de vragen voor je leverancier. De tool is in het Engels.

Gratis · geen account nodig

Regreener free tools for carbon credit buyers

Over de Auteur:

bernard de wit van regreener

Bernard de Wit

Bernard is de oprichter van Regreener, dat hij in 2020 startte na zijn rechtenstudie in Leiden (Nederland) en Oxford (Verenigd Koninkrijk). Hij is gepassioneerd over klimaatactie, duurzaamheid en CO2-creditsmarkten en helpt bedrijven om betrouwbare, impactvolle klimaatmaatregelen te nemen door inzichten en best practices te delen. Als hij niet bezig is met het delen van kennis of het adviseren van bedrijven over hun duurzaamheidsdoelstellingen, kun je Bernard vinden op de tennisbaan of bij vrienden.

Gratis tools

Zes gratis tools voor kopers van carbon credits

Plan je budget, check je SBTi V2-vereisten, bouw een RFP, vergelijk offertes en check de kwaliteit van je credits.

Regreener free tools for carbon credit buyers

INHOUDSOPGAVE

Artikel Delen

Artikel Delen

Veelgestelde vragen

Wat is Artikel 6 van het Akkoord van Parijs?

Artikel 6 legt de regels vast voor landen die samenwerken aan emissiereductie, ook door reducties over de grens over te dragen. Het omvat bilaterale samenwerking (6.2), een door de VN gecontroleerd mechanisme voor credits (6.4) en samenwerking zonder markt (6.8), met corresponding adjustments tegen dubbeltelling.

Wat is het verschil tussen Artikel 6.2 en Artikel 6.4?

Onder Artikel 6.2 ontwerpen landen hun eigen bilaterale afspraken en verhandelen ze ITMO’s. Artikel 6.4 is één mechanisme met regels op VN-niveau en een Supervisory Body, dat credits uitgeeft voor goedgekeurde projecten, ook voormalige CDM-projecten.

Wat is een ITMO?

Een internationally transferred mitigation outcome is een emissiereductie of verwijdering die een gastland heeft geautoriseerd voor gebruik buiten zijn eigen klimaatdoel en die voor het eerst is overgedragen. Het gastland past een corresponding adjustment toe, zodat de ton maar één keer meetelt.

Wat is een corresponding adjustment?

Een boekhoudkundige stap waarbij het gastland een geautoriseerde en overgedragen reductie weer bij zijn eigen emissiebalans optelt, zodat het die reductie niet voor zijn eigen doel meetelt. Het voorkomt dubbeltelling; over de kwaliteit van het project zegt het niets.

Heeft een bedrijf geautoriseerde Artikel 6-credits nodig?

Alleen voor specifieke toepassingen: luchtvaart onder CORSIA, verplichte systemen die internationale credits accepteren, en claims die exclusief eigendom van de ton vereisen. Voor een vrijwillige bijdrageclaim hoeven credits niet geautoriseerd te zijn.

Greenwashing-proof klimaatactie

Portret van een klimaatstrateeg
Portret van een klimaatstrateeg

Sluit je aan bij 200+ bedrijven die impact maken met Regreener