De meeste bedrijven die ons naar het EU ETS vragen, vallen er zelf niet onder. Ze willen weten waarom hun energiecontract CO2-kosten noemt, of hun vluchten en transport duurder worden, en of ze het ETS kunnen gebruiken in plaats van vrijwillige carbon credits. Op alle drie vragen is een helder antwoord, en daarvoor hoef je geen ETS-expert te worden.
Het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) is de koolstofmarkt van de EU: een dalend plafond op de uitstoot van centrales, zware industrie, luchtvaart en scheepvaart, met één verhandelbaar emissierecht per ton CO2-equivalent die wordt uitgestoten. Het dekt ongeveer een derde van de Europese broeikasgasuitstoot en zet daar een prijs op die door de hele economie heen werkt. In dit artikel lees je hoe het werkt, wie eronder valt, wat ETS2 en CBAM toevoegen, wat de Commissie in juli 2026 voorstelde en wat het betekent voor een bedrijf dat er niet onder valt.
Zo werkt het EU ETS
Het EU ETS is een cap-and-trade-systeem. Het bestaat sinds 2005 en zit in zijn vierde fase (2021-2030).
Een plafond. De EU bepaalt elk jaar het totale aantal emissierechten (EUA’s). Dat plafond daalt jaarlijks met een vast percentage, de lineaire reductiefactor: 4,3% per jaar in 2024-2027 en 4,4% vanaf 2028. Voor de gedekte sectoren komt dat neer op 62% minder uitstoot in 2030 ten opzichte van 2005 (ICAP).
Toewijzing. De meeste emissierechten worden geveild. Industrie die productie naar het buitenland zou kunnen verplaatsen, krijgt een deel gratis, en dat deel wordt afgebouwd.
Inleveren. Elk jaar rapporteren gedekte bedrijven hun geverifieerde uitstoot en leveren ze per ton één emissierecht in. Wie tekortkomt, krijgt een boete en moet de rechten alsnog inleveren.
Handel. Wie minder uitstoot dan zijn rechten, kan het overschot verkopen; wie meer uitstoot, koopt bij. Die handel bepaalt de prijs.
Stabiliteit. Een marktstabiliteitsreserve haalt rechten uit de markt bij een groot overschot en geeft ze vrij als het aanbod krap is.
Omdat het plafond elk jaar daalt, worden emissierechten schaarser. In september 2026 lag de prijs rond de €85 per ton. Actuele prijzen, en de vergelijking met vrijwillige credits, vind je in carbon credit prijzen 2026.
Wie valt onder het EU ETS?
Sector | Wat eronder valt | Toelichting |
|---|---|---|
Elektriciteit en warmte | Verbrandingsinstallaties boven 20 MW thermisch vermogen | grootste deel van de gedekte uitstoot |
Energie-intensieve industrie | Staal, cement, kalk, glas, keramiek, papier, chemie, raffinaderijen, aluminium, kunstmest | deels gratis rechten, afgebouwd naast CBAM |
Luchtvaart | Vluchten binnen de EER en naar Zwitserland en het VK | geen gratis rechten meer vanaf 2026 |
Scheepvaart | Schepen vanaf 5.000 brutoton die EU-havens aandoen | ingefaseerd vanaf 2024; 100% van de uitstoot over 2026; methaan en lachgas vanaf 2026 |
In 2024 ging het om 8.704 installaties, 393 vliegtuigoperators en 3.313 rederijen, samen goed voor ongeveer een derde van de Europese broeikasgasuitstoot (ICAP). In Nederland voert de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) het systeem uit.
Wat het EU ETS betekent voor bedrijven die er niet onder vallen
Dit is de vraag die de meeste bedrijven eigenlijk hebben. Heb je kantoren, winkels, een dienstverlenend bedrijf of lichte productie, dan val je vrijwel zeker niet onder het ETS. De CO2-prijs betaal je toch, via vier routes:
Elektriciteit en warmte. Producenten rekenen hun kosten voor emissierechten door in de groothandelsprijs van stroom. Die kosten zitten in je energierekening, of ze nu apart vermeld worden of niet.
Zakenreizen. Luchtvaartmaatschappijen leveren rechten in voor vluchten binnen Europa en verwerken dat in de ticketprijs. Vluchten buiten Europa vallen grotendeels onder CORSIA (CORSIA-credits kopen).
Transport en scheepvaart. Rederijen betalen sinds 2024 voor een groeiend deel van hun uitstoot, inmiddels voor alles, en rekenen dat door aan hun klanten.
Materialen. Staal, cement, aluminium, chemicaliën en papier dragen de CO2-kosten van hun productie, steeds meer naarmate de gratis toewijzing verdwijnt.
Voor een bedrijf dat zijn klimaatbudget plant, heeft dat twee gevolgen. Ten eerste draagt een deel van je scope 2- en scope 3-uitstoot al een CO2-prijs. Dat is een reden dat besparingen op energie en reizen vaak sneller terugverdiend worden dan verwacht. Ten tweede stijgen die kosten naarmate het plafond daalt, dus horen ze in een interne CO2-prijs of budgetscenario.
Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Vraag je energieleverancier, reisbureau en expediteurs welke CO2-kosten ze nu doorrekenen en wat ze voor 2028 verwachten. De meesten kunnen dat beantwoorden. Je krijgt dan een CO2-prijs die je al betaalt, en dat is intern het beste argument voor reductieprojecten. Je ziet ook welke leveranciers als eerste duurder worden.”
ETS2: brandstoffen voor gebouwen en wegverkeer vanaf 2028
Een tweede, apart systeem, ETS2, zet een CO2-prijs op brandstoffen voor gebouwen, wegverkeer en een deel van de kleinere industrie. Eindgebruikers vallen er niet zelf onder. De plicht ligt bij brandstofleveranciers, die sinds 2025 hun uitstoot monitoren en rapporteren en de kosten doorberekenen in de prijs van benzine, diesel, stookolie en gas.
ETS2 zou in 2027 starten. Met het Europese klimaatdoel voor 2040, op 5 maart 2026 definitief goedgekeurd door de Raad, is de start verschoven naar 2028 (Raad van de EU). Het systeem bevat maatregelen tegen sterke prijsstijgingen.
Voor een bedrijf met een wagenpark of gasgestookte gebouwen is ETS2 het deel van de Europese CO2-beprijzing dat het meest direct in de kosten terechtkomt. Het is ook een reden om elektrificatie van wagenpark en verwarming naar voren te halen.
CBAM: de CO2-prijs aan de grens
Het CO2-grenscorrectiemechanisme (CBAM) rekent importeurs af op de ingebedde uitstoot van bepaalde goederen: ijzer en staal, aluminium, cement, kunstmest, waterstof en elektriciteit. De definitieve fase begon op 1 januari 2026, en certificaten voor de import over 2026 worden vanaf begin 2027 verkocht. Sinds de vereenvoudiging van 2025 zijn importeurs van maximaal 50 ton van deze goederen per jaar vrijgesteld.
CBAM bestaat omdat de gratis toewijzing in het ETS wordt afgebouwd: Europese producenten betalen voor een steeds groter deel van hun uitstoot, en importeurs betalen een vergelijkbare prijs. De gratis toewijzing voor de CBAM-sectoren daalt van 97,5% in 2026 naar 14% in 2033. Importeer je staal- of aluminiumproducten, controleer dan of je boven de drempel zit.
Het hervormingsvoorstel van juli 2026: wat er na 2030 kan veranderen
Op 17 juli 2026 stelde de Europese Commissie een herziening van het ETS voor de periode na 2030 voor (ICAP). Het is een voorstel; Parlement en Raad willen begin 2027 een akkoord. Wat voor bedrijven het meest relevant is:
Fase 5 (2031-2040), afgestemd op het doel van 90% minder uitstoot in 2040, met een lineaire reductiefactor van 3,7% in 2031-2035 en 1,7% vanaf 2036.
CO2-verwijdering. Het plafond gaat met 250 miljoen rechten omhoog, te veilen van 2031 tot 2040. Met de opbrengst koopt de EU permanente verwijdering (BioCCS en DACCS) in die onder het Europese CRCF is gecertificeerd. Natuurlijke verwijdering wordt eind 2034 opnieuw bekeken.
Internationale credits. Vanaf 2036 zouden tot 260 miljoen rechten worden gebruikt om hoogwaardige internationale credits onder Artikel 6 van het Akkoord van Parijs te kopen, in lijn met de klimaatwet voor 2040 (Artikel 6 uitgelegd).
Gratis toewijzing verlengd tot 2040, maar vanaf 2031 alleen met een goedgekeurd verduurzamingsplan.
Voor de vrijwillige markt zijn de onderdelen over verwijdering en Artikel 6 het belangrijkst. Ze zouden de EU tot een grote koper maken van dezelfde langdurige verwijdering en geautoriseerde credits waar bedrijven om concurreren (CO2-verwijdering uitgelegd).
Het EU ETS en vrijwillige carbon credits: hoe ze zich verhouden
De twee markten worden vaak verward. Daarom precies:
Vrijwillige credits tellen niet voor het ETS. Een gedekt bedrijf moet Europese emissierechten inleveren. Een geverifieerde credit uit een bos- of biocharproject telt niet mee.
Emissierechten zijn geen compensatie. Een emissierecht is een vergunning om uit te stoten, geen gecertificeerde reductie of verwijdering uit een project. Sommige organisaties kopen emissierechten en laten ze vervallen om het plafond te verkleinen. Dat heeft effect, maar het is geen carbon credit, en hoe je dat rapporteert of claimt is een aparte vraag.
De vrijwillige markt vult het gat buiten het ETS. Een bedrijf dat verantwoordelijkheid wil nemen voor uitstoot die het nog niet heeft teruggebracht, gebruikt vrijwillige credits, afgeboekt op eigen naam, als bijdrage. De Europese consumentenregels die vanaf 27 september 2026 gelden, beperken hoe je dat mag communiceren (de EmpCo-richtlijn en klimaatneutraal claimen).
De volledige vergelijking staat in vrijwillige en compliance carbon credits.
“Het ETS en de vrijwillige markt beantwoorden verschillende vragen. Het ETS laat vervuilende sectoren voor elke ton betalen. Vrijwillige credits laten een bedrijf verantwoordelijkheid nemen voor de tonnen waarvoor geen wet het laat betalen. Een goede klimaatstrategie houdt rekening met beide, en telt dezelfde ton niet twee keer.”
Bernard de Wit, oprichter van Regreener
Wat je doet als bedrijf buiten het ETS
Breng je blootstelling in kaart: energie, zakenreizen, transport, CO2-intensieve materialen, import onder CBAM, brandstof voor wagenpark en verwarming onder ETS2.
Zet er een prijs op: gebruik de huidige prijs van emissierechten en een stijgend scenario in je budget of interne CO2-prijs.
Geef voorrang aan reductie waar de CO2-prijs je nu al terugverdient: energiebesparing, elektrificatie, reisbeleid.
Pak restuitstoot aan met vrijwillige credits, gekozen op kwaliteit en gecommuniceerd als bijdrage. Onze budget- en strategieplanner helpt dat budget te bepalen.
Wil je weten waar CO2-kosten in jouw cijfers zitten?
Wij helpen bedrijven in kaart brengen waar CO2-beprijzing al in hun kosten zit, reductie te prioriteren en restuitstoot aan te pakken met credits die ze kunnen verantwoorden.






