Een ton CO2 kost op de ene plek niets, in het Europese emissiehandelssysteem zo’n €84 en als langdurige CO2-verwijderingscredit enkele honderden euro’s. Alle drie heten CO2-prijs. Voor een bedrijf dat zijn uitstoot wil begroten, is weten welke prijs waar geldt nuttiger dan welk los getal ook.
CO2-beprijzing zet een prijs op de uitstoot van broeikasgassen via drie instrumenten: CO2-heffingen, emissiehandelssystemen en carbon credits. Een heffing legt de prijs vast, een handelssysteem de hoeveelheid, en credits prijzen reductie en verwijdering in plaats van uitstoot. In dit artikel lees je hoe elk instrument werkt, hoe ze samenhangen en hoe een Nederlands bedrijf er één prijs van maakt om mee te plannen.
Waarom CO2 een prijs krijgt
CO2-uitstoot veroorzaakt schade die de vervuiler niet betaalt: hitte, droogte, overstromingen, mislukte oogsten. Economen noemen dat een externaliteit. Een CO2-prijs laat de vervuiler minstens een deel van die kosten dragen. Schonere alternatieven worden dan relatief goedkoper, en de markt vindt eerst de goedkoopste reducties.
CO2-beprijzing is inmiddels wijdverbreid. De Wereldbank telt 87 instrumenten voor directe CO2-beprijzing, die samen iets meer dan 29% van de wereldwijde broeikasgasuitstoot dekken en overheden in 2025 ruim 107 miljard dollar opleverden. De gemiddelde prijs is bijna 21 dollar per ton (Wereldbank, mei 2026). Achter dat gemiddelde zit een grote spreiding, van enkele dollars in sommige systemen tot meer dan €80 in de EU.
De drie instrumenten vergeleken
CO2-heffing | Emissiehandel (ETS) | Carbon credits | |
|---|---|---|---|
Wat krijgt een prijs | elke uitgestoten ton | elke uitgestoten ton, binnen een plafond | elke vermeden of verwijderde ton |
Wie bepaalt de prijs | de overheid | de markt, binnen een plafond van de overheid | kopers en verkopers, per project |
Wat ligt vast | de prijs | de totale uitstoot | de geverifieerde tonnen van het project |
Wie betaalt | gedekte uitstoters | gedekte uitstoters | vrijwillige kopers, luchtvaart onder CORSIA, sommige belastingplichtigen |
Europees voorbeeld | nationale CO2-heffingen | EU ETS, ETS2 vanaf 2028 | vrijwillige CO2-markt |
Hoe raakt het een bedrijf dat er niet onder valt | energie- en brandstofprijzen | energie, reizen, transport, materialen | directe aankoop |
CO2-heffing: een vaste prijs per ton
Een CO2-heffing rekent een vast bedrag per ton uitgestoten CO2, meestal geheven op brandstoffen of bij grote installaties. De prijs is voorspelbaar; hoeveel reductie die oplevert, niet.
In Nederland kent de industrie de CO2-heffing industrie, bovenop het EU ETS. Die werkt als een minimumprijs: bedrijven betalen alleen als de ETS-prijs onder het heffingstarief ligt. Het kabinet heeft het tarief voor 2026 vastgezet op €78,67 per ton, en over de toekomst van de heffing lopen gesprekken (stand van zaken volgens kabinetsbrieven uit 2025). Buiten Europa zijn er heffingen die aan carbon credits gekoppeld zijn: Singapore laat heffingsplichtige bedrijven geschikte internationale credits gebruiken, uit landen waarmee het een Artikel 6-overeenkomst heeft, voor maximaal 5% van hun belastbare uitstoot. Dat is een van de redenen dat kwaliteit en Artikel 6-autorisatie ook buiten de vrijwillige markt steeds meer tellen (Artikel 6 uitgelegd).
Emissiehandel: een vaste hoeveelheid, een marktprijs
Een emissiehandelssysteem begrenst de totale uitstoot van de gedekte sectoren en geeft emissierechten uit tot dat plafond. Elk gedekt bedrijf levert per uitgestoten ton één recht in, en rechten zijn verhandelbaar. Het plafond levert het milieuresultaat; de prijs volgt uit vraag en aanbod.
Het EU ETS is daarvan in Europa het grootste voorbeeld. Het dekt elektriciteit, zware industrie, luchtvaart binnen Europa en scheepvaart, ongeveer een derde van de Europese broeikasgasuitstoot, en het plafond daalt tot 62% onder het niveau van 2005 in 2030. Emissierechten kostten in augustus 2026 rond €84 per ton. Een tweede systeem, ETS2, beprijst vanaf 2028 brandstoffen voor gebouwen en wegverkeer. Wat een bedrijf buiten het systeem moet weten, lees je in het EU ETS uitgelegd.
Ook het Verenigd Koninkrijk, China, Californië, Korea en andere landen hebben handelssystemen, elk met een eigen plafond en prijs.
Carbon credits: een prijs op reductie en verwijdering
Carbon credits werken andersom. Ze belonen geverifieerde reductie of verwijdering: één credit per ton die een project heeft vermeden of verwijderd, gecertificeerd door een standaard zoals Verra of Gold Standard.
De meeste credits worden vrijwillig gekocht door bedrijven die verantwoordelijkheid nemen voor uitstoot die ze nog niet hebben teruggebracht, op de vrijwillige CO2-markt. Luchtvaartmaatschappijen kopen ze onder CORSIA en sommige overheden onder Artikel 6. De prijs hangt af van het project en niet van een marktbreed plafond: in 2026 lopen credits uiteen van enkele euro’s voor bosbescherming tot meer dan €400 voor direct air capture (carbon credit prijzen 2026).
Een creditprijs is dus een ander soort getal. De prijs van een emissierecht zegt wat het kost om in het EU ETS een ton uit te stoten. De prijs van een credit zegt wat het kost om ergens anders een ton reductie of verwijdering te financieren.
Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Als financeteams een credit van €10 naast een emissierecht van €84 leggen, concluderen ze meestal dat credits goedkoop zijn. Nuttiger is een andere vergelijking: de prijs van een emissierecht laat zien wat uitstoten kost in het gereguleerde deel van de economie, de creditprijs wat verantwoordelijkheid nemen per project kost. Allebei horen ze in het budget, voor verschillende tonnen.”
Hoe de instrumenten samenhangen
De drie instrumenten raken steeds meer verbonden:
CBAM trekt de ETS-prijs door naar de import van staal, aluminium, cement, kunstmest, waterstof en elektriciteit, zodat producenten buiten de EU een vergelijkbare CO2-prijs betalen.
Internationale credits in verplichte systemen. De Europese klimaatwet voor 2040 staat toe dat vanaf 2036 maximaal 5 procentpunt van het doel voor 2040 met internationale credits wordt gehaald, en het ETS-voorstel van de Commissie van juli 2026 wil die met opbrengsten uit emissierechten inkopen.
Verwijdering in handelssystemen. Hetzelfde voorstel wil met 250 miljoen extra emissierechten vanaf 2031 gecertificeerde permanente verwijdering inkopen (CO2-verwijdering uitgelegd).
Heffingen die credits accepteren, zoals in Singapore, creëren verplichte vraag naar geautoriseerde credits.
Verplichte systemen gaan inkopen uit dezelfde pool van hoogwaardige verwijdering en geautoriseerde credits die vrijwillige kopers gebruiken. Dat ondersteunt de prijzen aan de bovenkant van de vrijwillige markt.
Wat CO2-beprijzing betekent voor een Nederlands bedrijf
De meeste middelgrote bedrijven vallen zelf niet onder een CO2-heffing of handelssysteem. Ze krijgen toch met CO2-prijzen te maken, in drie lagen:
Doorberekende kosten uit het EU ETS in elektriciteit, vluchten binnen Europa, scheepvaart en materialen, en vanaf 2028 uit ETS2 in brandstoffen.
Grenskosten onder CBAM bij import van gedekte goederen boven de drempel van 50 ton.
Vrijwillige kosten voor de credits die ze kiezen voor hun restuitstoot.
Een interne CO2-prijs brengt die lagen samen in één getal voor beslissingen. Bedrijven gebruiken die als schaduwprijs om investeringen te toetsen, of als interne heffing per bedrijfsonderdeel waarmee reductie en credits worden betaald. Een gangbare aanpak: neem de prijs van een emissierecht als referentie voor vermijdbare uitstoot, en je creditbudget voor restuitstoot. De methodes staan in interne carbon pricing.
“Een interne CO2-prijs werkt als die een beslissing verandert. Staat hij alleen in het duurzaamheidsverslag, dan is het een getal. Staat hij in de businesscase voor een nieuw wagenpark of de keuze van een leverancier, dan is het een prijs.”
Bernard de Wit, oprichter van Regreener
CO2-prijzen omzetten in een budget?
Wij helpen bedrijven uitzoeken welke CO2-prijzen ze al betalen, wat hun reductieplan oplevert en welk budget ze nodig hebben voor restuitstoot.






