Tot voor kort was CO2-verwijdering iets voor net-zeroplannen richting 2050. De nieuwe net-zerostandaard van SBTi zette het in het budget voor 2035 van elk groter bedrijf, en de Europese Commissie stelde in juli 2026 voor om via het emissiehandelssysteem permanente verwijdering in te kopen. Voor inkopers draait de vraag nu om welke verwijdering ze kopen en wanneer.
CO2-verwijdering (carbon dioxide removal, CDR) is elke menselijke activiteit die CO2 uit de atmosfeer haalt en langdurig opslaat: in bossen en bodem, in gesteente, ondergronds of in duurzame producten. Het is het tegenovergestelde van uitstoten. In dit artikel lees je welke methodes er zijn, waarom opslagduur bepaalt hoe een verwijdering meetelt, wat het kost en hoe bedrijven het inkopen.
Wat telt als CO2-verwijdering, en wat niet
Drie voorwaarden maken iets tot verwijdering: de CO2 komt uit de atmosfeer (direct of via biomassa), hij wordt voor langere tijd opgeslagen, en het proces haalt over de hele levenscyclus meer weg dan het uitstoot.
Daarmee vallen een paar dingen af die vaak verwijdering worden genoemd:
CO2-afvang en -opslag (CCS) bij fossiele uitstoot vangt CO2 af bij een centrale of fabriek voordat die de lucht bereikt. Dat vermindert uitstoot, maar haalt niets uit de atmosfeer.
Vermeden ontbossing (REDD+) houdt koolstof vast in een bos dat anders gekapt zou worden. Dat is vermijding, waardevol maar iets anders.
Hernieuwbare energie en efficiëntie voorkomen nieuwe uitstoot.
Het verschil telt bij claims. Onder de Corporate Net-Zero Standard V2.0 van SBTi kan alleen verwijdering restuitstoot neutraliseren, en alleen verwijdering telt mee voor de jaarlijkse verwijderingseis vanaf 2035 (SBTi-eisen voor CO2-verwijdering). Hoe je beide typen combineert, lees je in vermijden of verwijderen.
Hoeveel CO2-verwijdering is er nu?
Wereldwijd wordt ongeveer 2,2 miljard ton CO2 per jaar verwijderd, zo’n 5% van de bruto CO2-uitstoot, volgens de derde editie van The State of Carbon Dioxide Removal (juni 2026). Conventionele methodes, vooral bossen en bodems, nemen 99,9% daarvan voor hun rekening.
Nieuwe vormen van CDR (novel CDR), die koolstof vastleggen in gesteente, ondergronds of in stabiele materialen, verwijderen ongeveer 0,002 miljard ton per jaar. Dat groeit met zo’n 40% per jaar, en biochar en BECCS vormen nu bijna het hele volume. Volgens het rapport schieten nationale plannen in 2050 5,2 miljard ton per jaar tekort ten opzichte van wat nodig is voor 1,5 °C.
Die cijfers verklaren de prijsopbouw van de markt. Natuurlijke verwijdering is nu in volume beschikbaar. Langdurige verwijdering is schaars, en het grootste deel van het aanbod voor het komende decennium wordt nu al vastgelegd.
Methodes voor CO2-verwijdering vergeleken
Methode | Waar de koolstof wordt opgeslagen | Opslagduur onder SBTi V2 | Volwassenheid | Referentieprijs (2026) | Waar te koop |
|---|---|---|---|---|---|
Herbebossing, bebossing, agroforestry (ARR) | Bomen en biomassa | Kortlevend (decennia tot eeuwen) | Volwassen, grote volumes | ca. USD 10-30 | |
Bodemkoolstof en regeneratieve landbouw | Organische stof in de bodem | Kortlevend | Groeiend, meting verschilt | verschilt per project | |
Blue carbon (mangroven, zeegras, kwelders) | Kustvegetatie en sediment | Kortlevend | Volwassen voor mangroven | verschilt per project | |
Biochar | Stabiele koolstof in bodem of materialen | Langlevend als de opslagduur is aangetoond | Meest verhandelde langdurige verwijdering | ca. USD 135 | |
Versnelde verwering (ERW) | Carbonaten uit gemalen gesteente | Langlevend | Vroeg commercieel, veel meetwerk | ca. USD 350 | |
BECCS | Biogene CO2 ondergronds opgeslagen | Langlevend | Enkele grote installaties | ca. USD 220 | vooral door grote kopers gecontracteerd |
Direct air capture met opslag (DACCS) | CO2 uit de lucht, ondergronds opgeslagen | Langlevend | Vroeg stadium, best meetbaar | boven USD 500 | |
Oceaangebonden (zoals alkaliniteitsverhoging) | Opgeloste koolstof in zee | Langlevend | Pilotfase | weinig transacties | volgen |
De prijzen zijn openbare referentiepunten van Sylvera, Puro.earth en CDR.fyi, verzameld in ons artikel over prijzen van CO2-verwijdering. Het zijn geen offertes. Registers die alleen verwijdering certificeren, zoals Puro.earth en Isometric, certificeren het grootste deel van de langdurige verwijdering.
Opslagduur: waarom die bepaalt hoe verwijdering meetelt
De belangrijkste eigenschap van een verwijdering is hoe lang de koolstof uit de atmosfeer blijft. CO2 uit fossiele brandstoffen warmt het klimaat eeuwen tot millennia op. Een ton die een paar decennia in een jong bos zit, is dus niet gelijk aan een ton die in gesteente is vastgelegd.
SBTi V2.0 maakt daar een regel van. De standaard onderscheidt langlevende verwijdering, die koolstof “eeuwen tot millennia” kan vasthouden, van kortlevende verwijdering voor “decennia tot eeuwen”, zonder een vast aantal jaren te noemen. Grotere bedrijven (categorie A) moeten in 2035 1% van hun resterende scope 1-, 2- en 3-uitstoot met verwijdering afdekken, oplopend tot 100% in hun net-zerojaar, en een groeiend deel daarvan moet langlevend zijn. Bij de meeste kantoorbedrijven is vrijwel alle uitstoot CO2, dus geldt dat langlevende deel voor bijna alle verwijdering die ze kopen.
De EU trekt de grens op een vergelijkbare plek. Het Europese certificeringskader voor koolstofverwijdering en koolstoflandbouw (CRCF) onderscheidt permanente verwijdering, koolstoflandbouw met een minimale duur van vijf jaar en opslag in producten van minstens 35 jaar (CRCF-gecertificeerde carbon credits). In het voorstel voor de herziening van het EU ETS van 17 juli 2026 wil de Commissie het plafond met 250 miljoen emissierechten verhogen, te veilen van 2031 tot 2040, en de opbrengst gebruiken om CRCF-gecertificeerde BioCCS en DACCS in te kopen. Natuurlijke verwijdering wordt pas eind 2034 opnieuw bekeken (ICAP). Het is een voorstel waarover Parlement en Raad nog onderhandelen, maar het laat zien waar de publieke vraag naar langdurige verwijdering heen gaat.
Opslagduur is niet de enige maatstaf voor kwaliteit. Een kortlevende verwijdering met een sterke bufferpool en echte bijkomende voordelen kan vandaag de betere aankoop zijn voor een bijdrageclaim, zolang je haar niet als permanent presenteert.
Natuurlijke of technische verwijdering?
De keuze is minder een wedstrijd dan ze lijkt. Elk type lost een ander probleem op.
Natuurlijke verwijdering (bossen, agroforestry, bodems, mangroven) is nu beschikbaar, kost een fractie van technische verwijdering en levert vaak biodiversiteit en inkomen voor lokale gemeenschappen op. De zwakke punten zijn het risico op terugval (brand, droogte, ander landgebruik) en meetonzekerheid, vooral bij bodemkoolstof.
Technische en minerale verwijdering (biochar, versnelde verwering, BECCS, DACCS) legt koolstof veel langer vast en is vaak beter te verifiëren, DAC het best. De zwakke punten zijn de prijs, het beperkte aanbod en bij sommige methodes een meetmethode die nog wordt gestandaardiseerd, zoals bij versnelde verwering.
De meeste bedrijven die wij adviseren, combineren beide. Adviesbureau SparkOptimus verschoof zijn portefeuille van vermijding naar verwijdering en koos een herbebossingsproject in Indonesië en een biocharproject in Ghana: het ene voor schaal en bijkomende voordelen, het andere voor opslagduur.
Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Wacht niet tot 2035 met je eerste langdurige verwijdering. Het volume dat je dan nodig hebt is klein, maar de projecten die het moeten leveren, worden nu gecontracteerd. Een bescheiden jaarlijkse aankoop van biochar of versnelde verwering geeft je nu al prijsinzicht, leveranciersrelaties en een portefeuille die je begrijpt voordat de eis ingaat.”
Wie koopt er nu CO2-verwijdering?
De vraag naar langdurige verwijdering is geconcentreerd. In april 2026 was Microsoft goed voor 78,5% van alle openbaar gemaakte gecontracteerde tonnen langdurige CDR, volgens CDR.fyi. Kopers buiten Microsoft en de Frontier-coalitie contracteerden in 2025 3,2 miljoen ton, bijna evenveel als in 2023 en 2024 samen.
Twee gevolgen voor een middelgrote koper:
Gecontracteerd is nog niet geleverd. De meeste langdurige tonnen die tot nu toe zijn verkocht, zijn termijncontracten voor verwijdering die nog moet plaatsvinden. Een aankoop nu betekent vaak levering over meerdere jaren, daarom zijn offtake-overeenkomsten bij langdurige verwijdering gebruikelijk.
Aanbod gaat naar wie zich vastlegt. Ontwikkelaars geven voorrang aan kopers die meerjarige volumes tekenen. Kleinere kopers krijgen betere toegang via portefeuilles die vraag bundelen.
Zo begin je een portefeuille met CO2-verwijdering
Ken je getal. Kijk of de verwijderingseis van SBTi V2 voor jou geldt en welk volume dat vanaf 2035 betekent. Onze gratis SBTi V2-calculator laat je categorie en volume zien.
Bepaal de verhouding in opslagduur. Welk deel moet nu en in 2035 langlevend zijn, en welke kortlevende verwijdering accepteer je vanwege bijkomende voordelen?
Controleer kwaliteit die specifiek is voor verwijdering. Naast additionaliteit: hoe de opslag wordt gemeten, hoe lang die duurt, wie het risico op terugval draagt en of de uitstoot over de levenscyclus is afgetrokken.
Kies de contractvorm. Spot voor natuurlijke verwijdering, forward of offtake voor schaarse langdurige verwijdering.
Rapporteer verwijdering apart van vermijdingscredits en van je eigen uitstoot, en vermeld om welk soort opslag het gaat.
Ons kwaliteitskader past deze controles toe op elk verwijderingsproject in het projectoverzicht van Regreener.
“De markt voor verwijdering beloont kopers die weten wat ze nodig hebben. Een bedrijf dat kan zeggen 'we hebben vanaf 2030 jaarlijks 200 ton langlevende verwijdering nodig, oplopend naar 600' krijgt betere prijzen en betere projecten dan een bedrijf dat elke december om 'wat verwijdering' vraagt.”
Bernard de Wit, oprichter van Regreener
Bekijk de verwijderingsprojecten waarmee wij werken
Van herbebossing en agroforestry tot biochar en versnelde verwering: bekijk de verwijderingsprojecten in onze portefeuille, allemaal getoetst aan ons kwaliteitskader.






