Het zijn allebei certificaten, duurzaamheidsteams kopen ze allebei, en ze worden vaak met dezelfde woorden beschreven: groen, schoon, gecompenseerd. In de klimaatboekhouding van een bedrijf doen ze heel verschillende dingen, en ze door elkaar halen is een van de meest voorkomende rapportagefouten die we zien.
Een garantie van oorsprong certificeert één megawattuur hernieuwbare stroom voor scope 2; een carbon credit certificeert één ton CO2 die elders is vermeden of verwijderd. In dit artikel lees je wat elk is, hoe je elk rapporteert, wat de herziening van scope 2 door het GHG Protocol kan veranderen, en wanneer een bedrijf het een, het ander of beide nodig heeft.
Wat garanties van oorsprong zijn
Een garantie van oorsprong wordt uitgegeven voor elke megawattuur stroom die een hernieuwbare installatie aan het net levert. Ze draagt het “hernieuwbare kenmerk” van die stroom en kan los van de fysieke stroom worden verhandeld. De namen verschillen per regio:
Garanties van oorsprong (GvO’s) in de EU, onder de Richtlijn hernieuwbare energie. In Nederland geeft VertiCer ze uit.
RECs in Noord-Amerika.
I-RECs in veel andere landen.
Samen heten ze energy attribute certificates (EAC’s). Een bedrijf dat GvO’s koopt en afboekt voor de stroom die het gebruikt, kan die stroom als hernieuwbaar rapporteren.
Wat carbon credits zijn
Een carbon credit wordt uitgegeven voor één ton CO2-equivalent die een project heeft vermeden of verwijderd: een bos beschermen, stortgas afvangen, biochar produceren. Bedrijven boeken credits af om verantwoordelijkheid te nemen voor uitstoot die ze nog niet hebben teruggebracht, als bijdrage buiten hun waardeketen (wat zijn carbon credits).
Het verschil in één tabel
Garantie van oorsprong | Carbon credit | |
|---|---|---|
Eenheid | 1 MWh hernieuwbare stroom | 1 ton CO2-equivalent |
Wat het bewijst | het hernieuwbare kenmerk van de stroom | een emissiereductie of verwijdering door een project |
Waar je het gebruikt | scope 2, marktgebaseerde methode | naast de inventaris, als bijdrage |
Effect op gerapporteerde uitstoot | verlaagt de marktgebaseerde scope 2 | geen; apart gerapporteerd |
Gangbare claim | “wij gebruiken hernieuwbare stroom” | “wij financierden geverifieerde klimaatprojecten” |
Additionaliteit | meestal niet vereist | centraal kwaliteitscriterium |
Zo komen ze terug in je rapportage
Volgens de Scope 2 Guidance van het GHG Protocol rapporteren bedrijven hun scope 2-uitstoot op twee manieren: locatiegebaseerd, met de gemiddelde uitstoot van het net waar ze stroom afnemen, en marktgebaseerd, met de instrumenten die ze kopen. GvO’s beïnvloeden alleen het marktgebaseerde cijfer.
Carbon credits veranderen scope 1, 2 of 3 nooit. Je rapporteert ze apart, met volume, projecttype en afboekingsbewijs (carbon credits in de CSRD-rapportage). Een bedrijf kan geen carbon credits kopen om zijn scope 2-cijfer te verlagen, en het kan geen GvO’s gebruiken om te claimen dat andere uitstoot is gecompenseerd.
Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Biedt een leverancier 'groene stroom plus compensatie' aan als één pakket, vraag dan om twee aparte documenten: de afgeboekte garanties van oorsprong voor je megawatturen, en de afgeboekte carbon credits met hun serienummers. Als ze niet te scheiden zijn, is geen van beide te controleren.”
Wat de herziening van scope 2 kan veranderen
Het GHG Protocol herziet zijn regels voor scope 2. De openbare consultatie van 2025-2026 stelde voor dat certificaten in de marktgebaseerde methode alleen nog meetellen als ze per uur zijn gekoppeld aan het stroomverbruik van een bedrijf en uit dezelfde leverbare netregio komen. Onder de huidige regels mag dat per jaar en over grote regio’s.
De consultatie leverde sterke en verdeelde reacties op, en het GHG Protocol publiceerde in juli 2026 een samenvatting van de feedback. Een definitieve standaard wordt niet voor 2028 verwacht. Voor kopers betekent dat: GvO’s die je nu koopt, blijven onder de huidige richtlijn geldig, maar langlopende stroomcontracten en lokale, recente hernieuwbare bronnen zijn voor de toekomst de veiligere keuze.
Wanneer je wat nodig hebt
GvO’s als je je stroomverbruik als hernieuwbaar wilt rapporteren, bijvoorbeeld voor RE100 of een doel voor hernieuwbare stroom. Het best: uit nieuwe of lokale installaties, of via een stroomafnamecontract (PPA).
Carbon credits voor uitstoot die je nog niet kunt verminderen, in alle scopes, als bijdrage buiten je waardeketen, en vanaf 2035 voor de verwijderingseis van SBTi (SBTi-eisen voor CO2-verwijdering).
Beide, in de meeste klimaatstrategieën, duidelijk gescheiden in rapportage en communicatie.
Dezelfde logica geldt voor certificaten voor duurzame vliegtuigbrandstof, nog een book-and-claiminstrument dat naast carbon credits staat in plaats van ze te vervangen (SAF-certificaten of CO2-compensatie).
“Een garantie van oorsprong beantwoordt de vraag 'waar komt onze stroom vandaan?'. Een carbon credit beantwoordt 'wat doen we met de uitstoot die we nog hebben?'. Het zijn allebei terechte vragen, en een bedrijf heeft op elk een eigen antwoord nodig.”
Bernard de Wit, oprichter van Regreener
Groene stroom en carbon credits uit elkaar halen?
Wij helpen bedrijven hun scope 2-instrumenten te scheiden van hun carbon credits, en beide correct te rapporteren.






