laat ons je terugbellen.

Permanentie van carbon credits: terugval en bufferpools

Laatst bijgewerkt:

8 minuten leestijd

8 minuten leestijd

Samenvatting:

Permanentie bij carbon credits is hoe lang de koolstof die een project heeft opgeslagen, of heeft tegengehouden, uit de atmosfeer blijft. Bossen en bodems slaan koolstof decennia tot eeuwen op en kunnen die weer verliezen door brand, droogte of ander landgebruik; biochar, mineralisatie en geologische opslag houden koolstof eeuwen tot millennia vast. Standaarden beheersen het risico op verlies, terugval genoemd, vooral met bufferpools: projecten zetten een deel van hun credits apart, die worden geannuleerd als opgeslagen koolstof verloren gaat.

Samenvatting:

Permanentie bij carbon credits is hoe lang de koolstof die een project heeft opgeslagen, of heeft tegengehouden, uit de atmosfeer blijft. Bossen en bodems slaan koolstof decennia tot eeuwen op en kunnen die weer verliezen door brand, droogte of ander landgebruik; biochar, mineralisatie en geologische opslag houden koolstof eeuwen tot millennia vast. Standaarden beheersen het risico op verlies, terugval genoemd, vooral met bufferpools: projecten zetten een deel van hun credits apart, die worden geannuleerd als opgeslagen koolstof verloren gaat.

Samenvatting:

Permanentie bij carbon credits is hoe lang de koolstof die een project heeft opgeslagen, of heeft tegengehouden, uit de atmosfeer blijft. Bossen en bodems slaan koolstof decennia tot eeuwen op en kunnen die weer verliezen door brand, droogte of ander landgebruik; biochar, mineralisatie en geologische opslag houden koolstof eeuwen tot millennia vast. Standaarden beheersen het risico op verlies, terugval genoemd, vooral met bufferpools: projecten zetten een deel van hun credits apart, die worden geannuleerd als opgeslagen koolstof verloren gaat.

Een ton fossiele CO2 warmt het klimaat eeuwenlang op. Een ton die in een jong bos is opgeslagen, kan in één droge zomer terug in de lucht zitten. Permanentie gaat over de vraag hoe lang de koolstof achter een credit opgeslagen blijft, en wat er gebeurt als dat niet zo is.

Permanentie is hoe lang de koolstof die een project opslaat of beschermt, uit de atmosfeer blijft. Koolstof in bos en bodem blijft decennia tot eeuwen en kan weer vrijkomen; biochar, versnelde verwering en geologische opslag houden koolstof eeuwen tot millennia vast. In dit artikel lees je hoe permanentie per projecttype verschilt, hoe standaarden zich met bufferpools tegen terugval verzekeren, waar die buffers tekortschoten en wat je controleert voordat je koopt.

Waarom permanentie ertoe doet

Een carbon credit stelt dat een ton dankzij een project uit de atmosfeer is gehouden. Komt die ton later terug, door een bosbrand, een drooggelegd veengebied of een lekkende opslag, dan klopt de claim niet meer.

Dat telt zwaarder nu claims strenger worden. De Corporate Net-Zero Standard V2.0 van SBTi verplicht grotere bedrijven om vanaf 2035 CO2-verwijdering te financieren, met een groeiend aandeel langlevende verwijdering, die koolstof “eeuwen tot millennia” kan vasthouden. Kortlevende verwijdering, voor “decennia tot eeuwen”, telt ook mee, maar niet voor het langlevende deel (SBTi-eisen voor CO2-verwijdering). De standaard koppelt bewust geen aantal jaren aan die categorieën.

Permanentie per projecttype

Projecttype

Waar de koolstof zit

Gangbare opslagduur

Belangrijkste risico’s op terugval

Bosbescherming (REDD+)

staand bos

zolang het bos blijft staan

brand, illegale kap, beleidswijziging

Herbebossing en agroforestry

bomen en bodem

decennia tot eeuwen

brand, droogte, plagen, kap

Bodemkoolstof

landbouwgrond

jaren tot decennia, afhankelijk van de praktijk

andere landbouwpraktijk, droogte

Mangroven en wetlands

kustsediment en vegetatie

decennia tot eeuwen

cyclonen, erosie, zeespiegelstijging, kap

Biochar

stabiele koolstof in bodem of materialen

eeuwen, afhankelijk van productie en gebruik

laag bij goed gemaakte biochar

Versnelde verwering

carbonaten en bicarbonaten

millennia

zeer laag na reactie

BECCS en direct air capture met opslag

CO2 in geologische lagen

millennia

zeer laag, integriteit en monitoring van de opslag

Registers voor verwijdering maken opslagduur expliciet. Puro.earth eist sinds 2023 minimaal 100 jaar opslag, eerst was dat 50, en labelt credits als 100+, 200+ of 1.000+ jaar (Puro.earth). Ook het Europese CRCF werkt met looptijden: permanente verwijdering, koolstoflandbouw met minimaal vijf jaar, en opslag in producten van minstens 35 jaar (CRCF-gecertificeerde carbon credits).

Permanentie telt ook bij vermijdingscredits. Een credit voor bosbescherming houdt alleen stand als het bos jaren later nog overeind staat.

Zo gaan standaarden om met terugval: bufferpools

De meeste natuurlijke credits worden beschermd door een bufferpool, een gezamenlijke reserve die werkt als een eigen verzekering.

  1. Elk project beoordeelt zijn risico op terugval. Bij Verra gebeurt dat met de AFOLU Non-Permanence Risk Tool, die interne, externe en natuurlijke risico’s scoort.

  2. Op basis van die score stort het project een deel van zijn credits op een gezamenlijke bufferrekening. Meer risico betekent een groter deel.

  3. Buffercredits zijn geen gewone credits: kopers kunnen ze niet kopen of afboeken.

  4. Gaat er koolstof verloren, dan annuleert het register evenveel buffercredits, zodat het aantal credits in omloop blijft kloppen met de koolstof die nog is opgeslagen.

De pool is gedeeld tussen alle projecten van de standaard. Een brand in één project wordt gedekt door de bijdragen van allemaal. Daarom telt de gezondheid van de hele pool, niet alleen de bijdrage van jouw project.

Sinds december 2025 test Verra ook alternatieven voor de gezamenlijke buffer: een verzekering die ten minste de credits dekt die tijdens de looptijd worden uitgegeven, met verzekeraars als CarbonPool, Kita en Artio, of een fonds dat wordt gevuld uit een deel van de verkoopopbrengst (Verra).

Als buffers tekortschieten

Een bufferpool werkt alleen als de bijdragen passen bij het echte risico. De duidelijkste test tot nu toe komt uit het verplichte programma voor boscompensatie in Californië. Een wetenschappelijk getoetste studie vond dat bosbranden in minder dan tien jaar bijna een vijfde van de totale bufferpool hadden opgebruikt, ofwel minstens 95% van het deel dat het brandrisico voor 100 jaar moest dekken (Badgley e.a., Frontiers in Forests and Global Change, 2022).

Voor vrijwillige kopers laat de studie twee dingen zien: risicomodellen op basis van historische brand- en droogtedata onderschatten een opwarmend klimaat, en een buffer is een gedeelde belofte die afhangt van alle andere projecten erin. Boscredits blijven bruikbaar, zolang je weet wat erachter staat. Standaarden herzien om die reden hun risico-instrumenten.

Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Vraag bij elk bos- of bodemproject naar twee getallen: de bufferbijdrage van het project en hoe lang het na de laatste uitgifte blijft monitoren. Een lage bijdrage in een brandgevoelige regio, of monitoring die stopt als de credits stoppen, betekent dat het risico op terugval bij jou is neergelegd.”

Permanentie en je claims

Permanentie bepaalt wat je mag zeggen. Een herbebossingscredit kan vandaag een bijdrageclaim onderbouwen en telt onder SBTi als kortlevende verwijdering. Hem permanent noemen, of gebruiken om langlevende uitstoot bij net zero te neutraliseren, overdrijft wat hij doet.

Drie vuistregels die we met klanten gebruiken:

  • Laat opslag passen bij het doel. Gebruik langlevende verwijdering voor het langlevende deel van de SBTi-eis en voor het neutraliseren van rest-CO2. Gebruik natuurlijke credits voor bijdrageclaims en bijkomende voordelen.

  • Noem het type opslag in de claim. “Wij financierden 500 ton herbebossing in Indonesië” klopt. “Wij hebben 500 ton permanent verwijderd” niet.

  • Spreid. Credits verdelen over projecttypen, regio’s en standaarden beperkt de gevolgen van één terugval. SparkOptimus combineerde daarom herbebossing in Indonesië met biochar in Ghana.

Wat je controleert voordat je koopt

  1. Type opslag en opslagduur: waar de koolstof zit en hoe lang, in de projectdocumenten.

  2. Bufferbijdrage en risicoscore: het percentage dat het project afdraagt, en waarom.

  3. Monitoringsverplichting: hoe lang het project na de creditperiode blijft monitoren.

  4. Geschiedenis van terugval: eerdere verliezen en hoe die zijn gecompenseerd.

  5. Contractafspraken: of je leverancier credits vervangt als een terugval ze raakt.

  6. Label voor opslagduur: bij verwijdering de opgegeven opslagduur (bijvoorbeeld 100+ of 1.000+ jaar) en hoe die is aangetoond.

Onze gratis kwaliteitscheck beoordeelt permanentie samen met additionaliteit en baseline, en kwaliteit van CO2-credits beoordelen zet het in de volledige checklist. Voor het totaalbeeld van verwijderingstypen, zie CO2-verwijdering uitgelegd.

“Permanentie is waar natuurlijke en technische verwijdering het meest verschillen, en waar kopers ze het vaakst door elkaar halen. Allebei hebben ze hun plek. De fout is betalen voor een bos en het omschrijven als een kluis.”

Bernard de Wit, oprichter van Regreener

Controleer de permanentie van een project

Onze gratis kwaliteitscheck beoordeelt een project op permanentie, additionaliteit en baseline, en geeft je de vragen voor je leverancier.

Check de kwaliteit

Een ton fossiele CO2 warmt het klimaat eeuwenlang op. Een ton die in een jong bos is opgeslagen, kan in één droge zomer terug in de lucht zitten. Permanentie gaat over de vraag hoe lang de koolstof achter een credit opgeslagen blijft, en wat er gebeurt als dat niet zo is.

Permanentie is hoe lang de koolstof die een project opslaat of beschermt, uit de atmosfeer blijft. Koolstof in bos en bodem blijft decennia tot eeuwen en kan weer vrijkomen; biochar, versnelde verwering en geologische opslag houden koolstof eeuwen tot millennia vast. In dit artikel lees je hoe permanentie per projecttype verschilt, hoe standaarden zich met bufferpools tegen terugval verzekeren, waar die buffers tekortschoten en wat je controleert voordat je koopt.

Waarom permanentie ertoe doet

Een carbon credit stelt dat een ton dankzij een project uit de atmosfeer is gehouden. Komt die ton later terug, door een bosbrand, een drooggelegd veengebied of een lekkende opslag, dan klopt de claim niet meer.

Dat telt zwaarder nu claims strenger worden. De Corporate Net-Zero Standard V2.0 van SBTi verplicht grotere bedrijven om vanaf 2035 CO2-verwijdering te financieren, met een groeiend aandeel langlevende verwijdering, die koolstof “eeuwen tot millennia” kan vasthouden. Kortlevende verwijdering, voor “decennia tot eeuwen”, telt ook mee, maar niet voor het langlevende deel (SBTi-eisen voor CO2-verwijdering). De standaard koppelt bewust geen aantal jaren aan die categorieën.

Permanentie per projecttype

Projecttype

Waar de koolstof zit

Gangbare opslagduur

Belangrijkste risico’s op terugval

Bosbescherming (REDD+)

staand bos

zolang het bos blijft staan

brand, illegale kap, beleidswijziging

Herbebossing en agroforestry

bomen en bodem

decennia tot eeuwen

brand, droogte, plagen, kap

Bodemkoolstof

landbouwgrond

jaren tot decennia, afhankelijk van de praktijk

andere landbouwpraktijk, droogte

Mangroven en wetlands

kustsediment en vegetatie

decennia tot eeuwen

cyclonen, erosie, zeespiegelstijging, kap

Biochar

stabiele koolstof in bodem of materialen

eeuwen, afhankelijk van productie en gebruik

laag bij goed gemaakte biochar

Versnelde verwering

carbonaten en bicarbonaten

millennia

zeer laag na reactie

BECCS en direct air capture met opslag

CO2 in geologische lagen

millennia

zeer laag, integriteit en monitoring van de opslag

Registers voor verwijdering maken opslagduur expliciet. Puro.earth eist sinds 2023 minimaal 100 jaar opslag, eerst was dat 50, en labelt credits als 100+, 200+ of 1.000+ jaar (Puro.earth). Ook het Europese CRCF werkt met looptijden: permanente verwijdering, koolstoflandbouw met minimaal vijf jaar, en opslag in producten van minstens 35 jaar (CRCF-gecertificeerde carbon credits).

Permanentie telt ook bij vermijdingscredits. Een credit voor bosbescherming houdt alleen stand als het bos jaren later nog overeind staat.

Zo gaan standaarden om met terugval: bufferpools

De meeste natuurlijke credits worden beschermd door een bufferpool, een gezamenlijke reserve die werkt als een eigen verzekering.

  1. Elk project beoordeelt zijn risico op terugval. Bij Verra gebeurt dat met de AFOLU Non-Permanence Risk Tool, die interne, externe en natuurlijke risico’s scoort.

  2. Op basis van die score stort het project een deel van zijn credits op een gezamenlijke bufferrekening. Meer risico betekent een groter deel.

  3. Buffercredits zijn geen gewone credits: kopers kunnen ze niet kopen of afboeken.

  4. Gaat er koolstof verloren, dan annuleert het register evenveel buffercredits, zodat het aantal credits in omloop blijft kloppen met de koolstof die nog is opgeslagen.

De pool is gedeeld tussen alle projecten van de standaard. Een brand in één project wordt gedekt door de bijdragen van allemaal. Daarom telt de gezondheid van de hele pool, niet alleen de bijdrage van jouw project.

Sinds december 2025 test Verra ook alternatieven voor de gezamenlijke buffer: een verzekering die ten minste de credits dekt die tijdens de looptijd worden uitgegeven, met verzekeraars als CarbonPool, Kita en Artio, of een fonds dat wordt gevuld uit een deel van de verkoopopbrengst (Verra).

Als buffers tekortschieten

Een bufferpool werkt alleen als de bijdragen passen bij het echte risico. De duidelijkste test tot nu toe komt uit het verplichte programma voor boscompensatie in Californië. Een wetenschappelijk getoetste studie vond dat bosbranden in minder dan tien jaar bijna een vijfde van de totale bufferpool hadden opgebruikt, ofwel minstens 95% van het deel dat het brandrisico voor 100 jaar moest dekken (Badgley e.a., Frontiers in Forests and Global Change, 2022).

Voor vrijwillige kopers laat de studie twee dingen zien: risicomodellen op basis van historische brand- en droogtedata onderschatten een opwarmend klimaat, en een buffer is een gedeelde belofte die afhangt van alle andere projecten erin. Boscredits blijven bruikbaar, zolang je weet wat erachter staat. Standaarden herzien om die reden hun risico-instrumenten.

Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Vraag bij elk bos- of bodemproject naar twee getallen: de bufferbijdrage van het project en hoe lang het na de laatste uitgifte blijft monitoren. Een lage bijdrage in een brandgevoelige regio, of monitoring die stopt als de credits stoppen, betekent dat het risico op terugval bij jou is neergelegd.”

Permanentie en je claims

Permanentie bepaalt wat je mag zeggen. Een herbebossingscredit kan vandaag een bijdrageclaim onderbouwen en telt onder SBTi als kortlevende verwijdering. Hem permanent noemen, of gebruiken om langlevende uitstoot bij net zero te neutraliseren, overdrijft wat hij doet.

Drie vuistregels die we met klanten gebruiken:

  • Laat opslag passen bij het doel. Gebruik langlevende verwijdering voor het langlevende deel van de SBTi-eis en voor het neutraliseren van rest-CO2. Gebruik natuurlijke credits voor bijdrageclaims en bijkomende voordelen.

  • Noem het type opslag in de claim. “Wij financierden 500 ton herbebossing in Indonesië” klopt. “Wij hebben 500 ton permanent verwijderd” niet.

  • Spreid. Credits verdelen over projecttypen, regio’s en standaarden beperkt de gevolgen van één terugval. SparkOptimus combineerde daarom herbebossing in Indonesië met biochar in Ghana.

Wat je controleert voordat je koopt

  1. Type opslag en opslagduur: waar de koolstof zit en hoe lang, in de projectdocumenten.

  2. Bufferbijdrage en risicoscore: het percentage dat het project afdraagt, en waarom.

  3. Monitoringsverplichting: hoe lang het project na de creditperiode blijft monitoren.

  4. Geschiedenis van terugval: eerdere verliezen en hoe die zijn gecompenseerd.

  5. Contractafspraken: of je leverancier credits vervangt als een terugval ze raakt.

  6. Label voor opslagduur: bij verwijdering de opgegeven opslagduur (bijvoorbeeld 100+ of 1.000+ jaar) en hoe die is aangetoond.

Onze gratis kwaliteitscheck beoordeelt permanentie samen met additionaliteit en baseline, en kwaliteit van CO2-credits beoordelen zet het in de volledige checklist. Voor het totaalbeeld van verwijderingstypen, zie CO2-verwijdering uitgelegd.

“Permanentie is waar natuurlijke en technische verwijdering het meest verschillen, en waar kopers ze het vaakst door elkaar halen. Allebei hebben ze hun plek. De fout is betalen voor een bos en het omschrijven als een kluis.”

Bernard de Wit, oprichter van Regreener

Controleer de permanentie van een project

Onze gratis kwaliteitscheck beoordeelt een project op permanentie, additionaliteit en baseline, en geeft je de vragen voor je leverancier.

Check de kwaliteit

Een ton fossiele CO2 warmt het klimaat eeuwenlang op. Een ton die in een jong bos is opgeslagen, kan in één droge zomer terug in de lucht zitten. Permanentie gaat over de vraag hoe lang de koolstof achter een credit opgeslagen blijft, en wat er gebeurt als dat niet zo is.

Permanentie is hoe lang de koolstof die een project opslaat of beschermt, uit de atmosfeer blijft. Koolstof in bos en bodem blijft decennia tot eeuwen en kan weer vrijkomen; biochar, versnelde verwering en geologische opslag houden koolstof eeuwen tot millennia vast. In dit artikel lees je hoe permanentie per projecttype verschilt, hoe standaarden zich met bufferpools tegen terugval verzekeren, waar die buffers tekortschoten en wat je controleert voordat je koopt.

Waarom permanentie ertoe doet

Een carbon credit stelt dat een ton dankzij een project uit de atmosfeer is gehouden. Komt die ton later terug, door een bosbrand, een drooggelegd veengebied of een lekkende opslag, dan klopt de claim niet meer.

Dat telt zwaarder nu claims strenger worden. De Corporate Net-Zero Standard V2.0 van SBTi verplicht grotere bedrijven om vanaf 2035 CO2-verwijdering te financieren, met een groeiend aandeel langlevende verwijdering, die koolstof “eeuwen tot millennia” kan vasthouden. Kortlevende verwijdering, voor “decennia tot eeuwen”, telt ook mee, maar niet voor het langlevende deel (SBTi-eisen voor CO2-verwijdering). De standaard koppelt bewust geen aantal jaren aan die categorieën.

Permanentie per projecttype

Projecttype

Waar de koolstof zit

Gangbare opslagduur

Belangrijkste risico’s op terugval

Bosbescherming (REDD+)

staand bos

zolang het bos blijft staan

brand, illegale kap, beleidswijziging

Herbebossing en agroforestry

bomen en bodem

decennia tot eeuwen

brand, droogte, plagen, kap

Bodemkoolstof

landbouwgrond

jaren tot decennia, afhankelijk van de praktijk

andere landbouwpraktijk, droogte

Mangroven en wetlands

kustsediment en vegetatie

decennia tot eeuwen

cyclonen, erosie, zeespiegelstijging, kap

Biochar

stabiele koolstof in bodem of materialen

eeuwen, afhankelijk van productie en gebruik

laag bij goed gemaakte biochar

Versnelde verwering

carbonaten en bicarbonaten

millennia

zeer laag na reactie

BECCS en direct air capture met opslag

CO2 in geologische lagen

millennia

zeer laag, integriteit en monitoring van de opslag

Registers voor verwijdering maken opslagduur expliciet. Puro.earth eist sinds 2023 minimaal 100 jaar opslag, eerst was dat 50, en labelt credits als 100+, 200+ of 1.000+ jaar (Puro.earth). Ook het Europese CRCF werkt met looptijden: permanente verwijdering, koolstoflandbouw met minimaal vijf jaar, en opslag in producten van minstens 35 jaar (CRCF-gecertificeerde carbon credits).

Permanentie telt ook bij vermijdingscredits. Een credit voor bosbescherming houdt alleen stand als het bos jaren later nog overeind staat.

Zo gaan standaarden om met terugval: bufferpools

De meeste natuurlijke credits worden beschermd door een bufferpool, een gezamenlijke reserve die werkt als een eigen verzekering.

  1. Elk project beoordeelt zijn risico op terugval. Bij Verra gebeurt dat met de AFOLU Non-Permanence Risk Tool, die interne, externe en natuurlijke risico’s scoort.

  2. Op basis van die score stort het project een deel van zijn credits op een gezamenlijke bufferrekening. Meer risico betekent een groter deel.

  3. Buffercredits zijn geen gewone credits: kopers kunnen ze niet kopen of afboeken.

  4. Gaat er koolstof verloren, dan annuleert het register evenveel buffercredits, zodat het aantal credits in omloop blijft kloppen met de koolstof die nog is opgeslagen.

De pool is gedeeld tussen alle projecten van de standaard. Een brand in één project wordt gedekt door de bijdragen van allemaal. Daarom telt de gezondheid van de hele pool, niet alleen de bijdrage van jouw project.

Sinds december 2025 test Verra ook alternatieven voor de gezamenlijke buffer: een verzekering die ten minste de credits dekt die tijdens de looptijd worden uitgegeven, met verzekeraars als CarbonPool, Kita en Artio, of een fonds dat wordt gevuld uit een deel van de verkoopopbrengst (Verra).

Als buffers tekortschieten

Een bufferpool werkt alleen als de bijdragen passen bij het echte risico. De duidelijkste test tot nu toe komt uit het verplichte programma voor boscompensatie in Californië. Een wetenschappelijk getoetste studie vond dat bosbranden in minder dan tien jaar bijna een vijfde van de totale bufferpool hadden opgebruikt, ofwel minstens 95% van het deel dat het brandrisico voor 100 jaar moest dekken (Badgley e.a., Frontiers in Forests and Global Change, 2022).

Voor vrijwillige kopers laat de studie twee dingen zien: risicomodellen op basis van historische brand- en droogtedata onderschatten een opwarmend klimaat, en een buffer is een gedeelde belofte die afhangt van alle andere projecten erin. Boscredits blijven bruikbaar, zolang je weet wat erachter staat. Standaarden herzien om die reden hun risico-instrumenten.

Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Vraag bij elk bos- of bodemproject naar twee getallen: de bufferbijdrage van het project en hoe lang het na de laatste uitgifte blijft monitoren. Een lage bijdrage in een brandgevoelige regio, of monitoring die stopt als de credits stoppen, betekent dat het risico op terugval bij jou is neergelegd.”

Permanentie en je claims

Permanentie bepaalt wat je mag zeggen. Een herbebossingscredit kan vandaag een bijdrageclaim onderbouwen en telt onder SBTi als kortlevende verwijdering. Hem permanent noemen, of gebruiken om langlevende uitstoot bij net zero te neutraliseren, overdrijft wat hij doet.

Drie vuistregels die we met klanten gebruiken:

  • Laat opslag passen bij het doel. Gebruik langlevende verwijdering voor het langlevende deel van de SBTi-eis en voor het neutraliseren van rest-CO2. Gebruik natuurlijke credits voor bijdrageclaims en bijkomende voordelen.

  • Noem het type opslag in de claim. “Wij financierden 500 ton herbebossing in Indonesië” klopt. “Wij hebben 500 ton permanent verwijderd” niet.

  • Spreid. Credits verdelen over projecttypen, regio’s en standaarden beperkt de gevolgen van één terugval. SparkOptimus combineerde daarom herbebossing in Indonesië met biochar in Ghana.

Wat je controleert voordat je koopt

  1. Type opslag en opslagduur: waar de koolstof zit en hoe lang, in de projectdocumenten.

  2. Bufferbijdrage en risicoscore: het percentage dat het project afdraagt, en waarom.

  3. Monitoringsverplichting: hoe lang het project na de creditperiode blijft monitoren.

  4. Geschiedenis van terugval: eerdere verliezen en hoe die zijn gecompenseerd.

  5. Contractafspraken: of je leverancier credits vervangt als een terugval ze raakt.

  6. Label voor opslagduur: bij verwijdering de opgegeven opslagduur (bijvoorbeeld 100+ of 1.000+ jaar) en hoe die is aangetoond.

Onze gratis kwaliteitscheck beoordeelt permanentie samen met additionaliteit en baseline, en kwaliteit van CO2-credits beoordelen zet het in de volledige checklist. Voor het totaalbeeld van verwijderingstypen, zie CO2-verwijdering uitgelegd.

“Permanentie is waar natuurlijke en technische verwijdering het meest verschillen, en waar kopers ze het vaakst door elkaar halen. Allebei hebben ze hun plek. De fout is betalen voor een bos en het omschrijven als een kluis.”

Bernard de Wit, oprichter van Regreener

Controleer de permanentie van een project

Onze gratis kwaliteitscheck beoordeelt een project op permanentie, additionaliteit en baseline, en geeft je de vragen voor je leverancier.

Check de kwaliteit

Gratis tool

Hoe sterk is het project achter je credits?

Beoordeel een project op additionaliteit, blijvendheid, baseline en bijkomende voordelen, met de vragen voor je leverancier. De tool is in het Engels.

Gratis · geen account nodig

Regreener free tools for carbon credit buyers

Over de Auteur:

bernard de wit van regreener

Bernard de Wit

Bernard is de oprichter van Regreener, dat hij in 2020 startte na zijn rechtenstudie in Leiden (Nederland) en Oxford (Verenigd Koninkrijk). Hij is gepassioneerd over klimaatactie, duurzaamheid en CO2-creditsmarkten en helpt bedrijven om betrouwbare, impactvolle klimaatmaatregelen te nemen door inzichten en best practices te delen. Als hij niet bezig is met het delen van kennis of het adviseren van bedrijven over hun duurzaamheidsdoelstellingen, kun je Bernard vinden op de tennisbaan of bij vrienden.

Gratis tools

Zes gratis tools voor kopers van carbon credits

Plan je budget, check je SBTi V2-vereisten, bouw een RFP, vergelijk offertes en check de kwaliteit van je credits.

Regreener free tools for carbon credit buyers

INHOUDSOPGAVE

Artikel Delen

Artikel Delen

Veelgestelde vragen

Wat is permanentie bij carbon credits?

Permanentie is hoe lang de koolstof die een project opslaat of beschermt, uit de atmosfeer blijft. Koolstof in bos en bodem blijft decennia tot eeuwen en kan weer vrijkomen; biochar, versnelde verwering en geologische opslag houden koolstof eeuwen tot millennia uit de atmosfeer.

Welke carbon credits bieden de beste permanentie?

Credits uit versnelde verwering, direct air capture en BECCS met geologische opslag slaan het langst op, gevolgd door biochar met aangetoonde opslagduur. Natuurlijke credits slaan koolstof decennia tot eeuwen op en vertrouwen op bufferpools om terugval op te vangen.

Wat is een bufferpool?

Een gezamenlijke reserve van credits waarin projecten met risico op terugval storten, op basis van hun risicoscore. Buffercredits kunnen niet worden verkocht; gaat opgeslagen koolstof verloren, dan annuleert het register buffercredits als compensatie.

Wat gebeurt er met mijn credits als een bosproject afbrandt?

Bij de meeste standaarden annuleert het register credits uit de gezamenlijke buffer om het verlies te dekken, zodat credits die kopers al hebben afgeboekt geldig blijven. Of de buffer groot genoeg is, is een andere vraag. Daarom tellen bufferbijdragen en de risico-instrumenten van de standaard.

Hoe lang moet koolstof opgeslagen blijven om permanent te zijn?

Daar is geen vast getal voor. SBTi onderscheidt kortlevende (decennia tot eeuwen) en langlevende (eeuwen tot millennia) verwijdering zonder aantal jaren; Puro.earth eist minimaal 100 jaar; het Europese CRCF hanteert per categorie een eigen minimale looptijd.

Greenwashing-proof klimaatactie

Portret van een klimaatstrateeg
Portret van een klimaatstrateeg

Sluit je aan bij 200+ bedrijven die impact maken met Regreener