laat ons je terugbellen.

REDD+ uitgelegd: hoe het werkt en waarom het omstreden is

Laatst bijgewerkt:

8 minuten leestijd

8 minuten leestijd

Samenvatting:

REDD+ staat voor Reducing Emissions from Deforestation and forest Degradation, aangevuld met behoud en duurzaam beheer van bossen. Een REDD+-project verdient carbon credits voor ontbossing die het voorkomt, gemeten ten opzichte van een baseline van hoeveel bos er zonder het project zou zijn verdwenen. Omdat die baseline een hypothetisch scenario is, zijn REDD+-credits de meest besproken credits van de markt: onafhankelijk onderzoek vond dat veel projecten wel bos beschermden, maar veel meer credits uitgaven dan gerechtvaardigd was. Nieuwe methodes, zoals Verra’s VM0048 en REDD+ op het niveau van landen en regio’s, leggen baselines op regionaal niveau vast om dat op te lossen.

Samenvatting:

REDD+ staat voor Reducing Emissions from Deforestation and forest Degradation, aangevuld met behoud en duurzaam beheer van bossen. Een REDD+-project verdient carbon credits voor ontbossing die het voorkomt, gemeten ten opzichte van een baseline van hoeveel bos er zonder het project zou zijn verdwenen. Omdat die baseline een hypothetisch scenario is, zijn REDD+-credits de meest besproken credits van de markt: onafhankelijk onderzoek vond dat veel projecten wel bos beschermden, maar veel meer credits uitgaven dan gerechtvaardigd was. Nieuwe methodes, zoals Verra’s VM0048 en REDD+ op het niveau van landen en regio’s, leggen baselines op regionaal niveau vast om dat op te lossen.

Samenvatting:

REDD+ staat voor Reducing Emissions from Deforestation and forest Degradation, aangevuld met behoud en duurzaam beheer van bossen. Een REDD+-project verdient carbon credits voor ontbossing die het voorkomt, gemeten ten opzichte van een baseline van hoeveel bos er zonder het project zou zijn verdwenen. Omdat die baseline een hypothetisch scenario is, zijn REDD+-credits de meest besproken credits van de markt: onafhankelijk onderzoek vond dat veel projecten wel bos beschermden, maar veel meer credits uitgaven dan gerechtvaardigd was. Nieuwe methodes, zoals Verra’s VM0048 en REDD+ op het niveau van landen en regio’s, leggen baselines op regionaal niveau vast om dat op te lossen.

Bossen slaan enorme hoeveelheden koolstof op, en tropische ontbossing laat die vrij op een schaal die weinig andere activiteiten evenaren. REDD+ moest staande bossen meer waard maken dan gekapte. Het is ook het deel van de CO2-markt dat de scherpste kritiek kreeg, en dat de afgelopen twee jaar het meest veranderde.

REDD+ levert carbon credits op voor ontbossing en bosdegradatie die een project voorkomt, gemeten ten opzichte van een baseline van het bosverlies dat er anders was geweest. In die baseline zit zowel de waarde als de controverse. In dit artikel lees je hoe REDD+ werkt, wat het bewijs over overcreditering laat zien, hoe nieuwe methodes en REDD+ op landsniveau het beeld veranderen, en wat je als koper nu controleert.

Zo werkt REDD+

REDD+ begon als VN-kader om tropische landen te betalen voor minder ontbossing. Op de vrijwillige markt gaat het meestal om projecten:

  1. Een bedreigd bos. Het projectgebied loopt risico op ontbossing, gepland (bijvoorbeeld een concessie voor plantages) of ongepland (geleidelijke kap voor landbouw, houtwinning of bewoning).

  2. Een baseline. Het project schat hoeveel bos er zonder project zou verdwijnen, meestal op basis van historische ontbossing in een vergelijkbaar referentiegebied.

  3. Beschermingsactiviteiten. Patrouilles, steun bij landrechten, alternatieve inkomsten, brandpreventie, afspraken met gemeenschappen.

  4. Credits. Het verschil tussen het bosverlies in de baseline en het werkelijke, gemonitorde verlies, omgerekend naar tonnen CO2 en na aftrek voor weglek en een bijdrage aan de bufferpool, wordt uitgegeven als credits.

REDD+-credits zijn vermijdingscredits: ze houden koolstof in het bos in plaats van die uit de atmosfeer te halen (vermijden of verwijderen).

Waarom REDD+ omstreden is

Een staand bos meten is met satellieten eenvoudig. Het bos meten dat zonder project zou zijn verdwenen, niet. Gaat de baseline uit van te veel ontbossing, dan verdient het project credits voor bos dat nooit gekapt zou worden.

Onafhankelijk onderzoek heeft dat getoetst. Een synthese uit april 2026 combineerde zes onafhankelijke evaluaties van 44 REDD+-projecten. Ongeveer vier op de vijf projecten verminderden de ontbossing wel, maar samen gaven ze bijna elf keer meer credits uit dan de vermeden ontbossing rechtvaardigde, vooral omdat referentiegebieden en baselinemodellen de dreiging overschatten (Swinfield e.a., Nature Communications, 2026).

Drie andere punten komen vaak terug:

  • Weglek: als je het ene bos beschermt, kan de kap naar het volgende verschuiven.

  • Permanentie: beschermd bos kan later alsnog afbranden of gekapt worden (permanentie en bufferpools).

  • Rechten en verdeling van opbrengsten: veel REDD+-gebieden zijn het thuis van inheemse volken en lokale gemeenschappen, wier instemming en aandeel in de opbrengst geregeld moeten zijn.

De kritiek richt zich op hoe credits zijn berekend; hetzelfde onderzoek vond dat de meeste projecten wel degelijk bos beschermden. De uitdaging is betalen voor die bescherming zonder de tonnen te overdrijven.

Wat er veranderde: nieuwe methodes en het CCP-label

Verra’s VM0048 vervangt de oudere REDD+-methodes van Verra door één aanpak waarin projecten hun baseline niet zelf kiezen. Verra stelt per regio het ontbossingsrisico en de activiteitsdata vast, en projecten krijgen hun deel daarvan toegewezen. Oudere methodes zoals VM0007 heeft Verra niet ter beoordeling bij de ICVCM ingediend, en bestaande projecten moeten bij hun volgende herbeoordeling van de baseline of verlenging van de creditperiode overstappen op VM0048. De invoering hangt af van Verra’s risicokaarten per regio; in april 2026 stonden de eerste credits onder het nieuwe kader op het punt te worden uitgegeven.

REDD+ op landsniveau (jurisdictional REDD+) tilt de aanpak een niveau hoger: een heel land of een hele provincie vermindert de ontbossing en krijgt credits voor het resultaat, onder standaarden zoals ART TREES of Verra’s Jurisdictional and Nested REDD+ (JNR). Afzonderlijke projecten kunnen daarbinnen worden “genest”, zodat de boekhouding van project en overheid op elkaar aansluit.

In november 2024 keurde de ICVCM drie REDD+-methodes goed voor het CCP-label: ART TREES v2.0, Verra VM0048 en Verra JNR v4.1 (ICVCM). Credits onder de oudere methodes kunnen het label niet krijgen (Core Carbon Principles uitgelegd).

Wat dit betekent voor credits die nu te koop zijn

De meeste REDD+-credits die nu beschikbaar zijn, komen nog van projecten onder oudere methodes, omdat het nieuwe kader pas begint met uitgeven. Dat geeft in de praktijk twee soorten:


REDD+-credits onder oudere methodes

Credits onder VM0048 of op landsniveau

Baseline

door het project vastgesteld

op regionaal niveau vastgesteld

CCP-label

niet mogelijk

mogelijk

Beschikbaarheid nu

groot

klein, groeiend

Wat je controleert

de eigen baseline van het project, onafhankelijke ratings, weglek, afspraken met gemeenschappen

de data van de regio en de regels voor nesting

Een credit onder een oudere methode is niet automatisch zwak, en een nieuwe niet automatisch sterk. Maar een oudere credit vraagt meer due diligence op projectniveau, omdat de methode zelf niet meer de kwaliteitsondergrens is.

Twee projecten in de portefeuille van Regreener laten de spreiding zien: Katingan Mentaya in Indonesië (Verra VCS 1477), dat ongeveer 150.000 hectare veenbos beschermt dat oorspronkelijk voor plantages bestemd was, en Matavén in Colombia (Verra VCS 1566), geleid door inheemse gemeenschappen op meer dan een miljoen hectare. Beide gebruiken een oudere methode, over beide zijn publiekelijk vragen gesteld, en beide doorliepen onze volledige screening voordat we ze aanboden.

Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Vraag bij elk REDD+-project om drie dingen: het ontbossingstempo dat de baseline aanneemt, het werkelijke tempo in het referentiegebied sinds de start van het project, en de laatste onafhankelijke rating. Ligt het aangenomen tempo ver boven wat er ernaast echt gebeurde, dan heb je het risico op overcreditering gevonden voordat je ervoor betaalt.”

Zo koop je REDD+-credits verantwoord

  1. Controleer de baseline: aangenomen ontbossingstempo tegenover het waargenomen tempo in vergelijkbare gebieden.

  2. Kies waar mogelijk recente methodes (VM0048, JNR, ART TREES) en zoek naar het CCP-label.

  3. Gebruik onafhankelijke ratings van BeZero, Sylvera of Calyx; bij REDD+ lopen ratings het verst uiteen (ratingbureaus vergeleken).

  4. Controleer de afspraken met gemeenschappen: instemmingsprocedures, landrechten en hoe de opbrengst wordt verdeeld.

  5. Claim het correct: REDD+ is vermijding. Het ondersteunt een bijdrageclaim, maar telt niet als verwijdering voor de verwijderingseis van SBTi (SBTi-eisen voor CO2-verwijdering).

Voor de projecten die wij nu het hoogst beoordelen, zie de beste REDD+-credits. Met onze gratis kwaliteitscheck beoordeel je een specifiek project.

“Bosbescherming is een van de belangrijkste vormen van klimaatactie die er zijn, en een van de lastigste om te meten. Wij kopen nog steeds REDD+, selectief, omdat het alternatief is dat die bossen verdwijnen. Wat veranderde, is dat we elke REDD+-baseline nu zelf controleren voordat we een project aanbieden.”

Bernard de Wit, oprichter van Regreener

Controleer een REDD+-project voordat je koopt

Onze gratis kwaliteitscheck beoordeelt een project op baseline, additionaliteit en permanentie, met de vragen voor je leverancier.

Check de kwaliteit

Bossen slaan enorme hoeveelheden koolstof op, en tropische ontbossing laat die vrij op een schaal die weinig andere activiteiten evenaren. REDD+ moest staande bossen meer waard maken dan gekapte. Het is ook het deel van de CO2-markt dat de scherpste kritiek kreeg, en dat de afgelopen twee jaar het meest veranderde.

REDD+ levert carbon credits op voor ontbossing en bosdegradatie die een project voorkomt, gemeten ten opzichte van een baseline van het bosverlies dat er anders was geweest. In die baseline zit zowel de waarde als de controverse. In dit artikel lees je hoe REDD+ werkt, wat het bewijs over overcreditering laat zien, hoe nieuwe methodes en REDD+ op landsniveau het beeld veranderen, en wat je als koper nu controleert.

Zo werkt REDD+

REDD+ begon als VN-kader om tropische landen te betalen voor minder ontbossing. Op de vrijwillige markt gaat het meestal om projecten:

  1. Een bedreigd bos. Het projectgebied loopt risico op ontbossing, gepland (bijvoorbeeld een concessie voor plantages) of ongepland (geleidelijke kap voor landbouw, houtwinning of bewoning).

  2. Een baseline. Het project schat hoeveel bos er zonder project zou verdwijnen, meestal op basis van historische ontbossing in een vergelijkbaar referentiegebied.

  3. Beschermingsactiviteiten. Patrouilles, steun bij landrechten, alternatieve inkomsten, brandpreventie, afspraken met gemeenschappen.

  4. Credits. Het verschil tussen het bosverlies in de baseline en het werkelijke, gemonitorde verlies, omgerekend naar tonnen CO2 en na aftrek voor weglek en een bijdrage aan de bufferpool, wordt uitgegeven als credits.

REDD+-credits zijn vermijdingscredits: ze houden koolstof in het bos in plaats van die uit de atmosfeer te halen (vermijden of verwijderen).

Waarom REDD+ omstreden is

Een staand bos meten is met satellieten eenvoudig. Het bos meten dat zonder project zou zijn verdwenen, niet. Gaat de baseline uit van te veel ontbossing, dan verdient het project credits voor bos dat nooit gekapt zou worden.

Onafhankelijk onderzoek heeft dat getoetst. Een synthese uit april 2026 combineerde zes onafhankelijke evaluaties van 44 REDD+-projecten. Ongeveer vier op de vijf projecten verminderden de ontbossing wel, maar samen gaven ze bijna elf keer meer credits uit dan de vermeden ontbossing rechtvaardigde, vooral omdat referentiegebieden en baselinemodellen de dreiging overschatten (Swinfield e.a., Nature Communications, 2026).

Drie andere punten komen vaak terug:

  • Weglek: als je het ene bos beschermt, kan de kap naar het volgende verschuiven.

  • Permanentie: beschermd bos kan later alsnog afbranden of gekapt worden (permanentie en bufferpools).

  • Rechten en verdeling van opbrengsten: veel REDD+-gebieden zijn het thuis van inheemse volken en lokale gemeenschappen, wier instemming en aandeel in de opbrengst geregeld moeten zijn.

De kritiek richt zich op hoe credits zijn berekend; hetzelfde onderzoek vond dat de meeste projecten wel degelijk bos beschermden. De uitdaging is betalen voor die bescherming zonder de tonnen te overdrijven.

Wat er veranderde: nieuwe methodes en het CCP-label

Verra’s VM0048 vervangt de oudere REDD+-methodes van Verra door één aanpak waarin projecten hun baseline niet zelf kiezen. Verra stelt per regio het ontbossingsrisico en de activiteitsdata vast, en projecten krijgen hun deel daarvan toegewezen. Oudere methodes zoals VM0007 heeft Verra niet ter beoordeling bij de ICVCM ingediend, en bestaande projecten moeten bij hun volgende herbeoordeling van de baseline of verlenging van de creditperiode overstappen op VM0048. De invoering hangt af van Verra’s risicokaarten per regio; in april 2026 stonden de eerste credits onder het nieuwe kader op het punt te worden uitgegeven.

REDD+ op landsniveau (jurisdictional REDD+) tilt de aanpak een niveau hoger: een heel land of een hele provincie vermindert de ontbossing en krijgt credits voor het resultaat, onder standaarden zoals ART TREES of Verra’s Jurisdictional and Nested REDD+ (JNR). Afzonderlijke projecten kunnen daarbinnen worden “genest”, zodat de boekhouding van project en overheid op elkaar aansluit.

In november 2024 keurde de ICVCM drie REDD+-methodes goed voor het CCP-label: ART TREES v2.0, Verra VM0048 en Verra JNR v4.1 (ICVCM). Credits onder de oudere methodes kunnen het label niet krijgen (Core Carbon Principles uitgelegd).

Wat dit betekent voor credits die nu te koop zijn

De meeste REDD+-credits die nu beschikbaar zijn, komen nog van projecten onder oudere methodes, omdat het nieuwe kader pas begint met uitgeven. Dat geeft in de praktijk twee soorten:


REDD+-credits onder oudere methodes

Credits onder VM0048 of op landsniveau

Baseline

door het project vastgesteld

op regionaal niveau vastgesteld

CCP-label

niet mogelijk

mogelijk

Beschikbaarheid nu

groot

klein, groeiend

Wat je controleert

de eigen baseline van het project, onafhankelijke ratings, weglek, afspraken met gemeenschappen

de data van de regio en de regels voor nesting

Een credit onder een oudere methode is niet automatisch zwak, en een nieuwe niet automatisch sterk. Maar een oudere credit vraagt meer due diligence op projectniveau, omdat de methode zelf niet meer de kwaliteitsondergrens is.

Twee projecten in de portefeuille van Regreener laten de spreiding zien: Katingan Mentaya in Indonesië (Verra VCS 1477), dat ongeveer 150.000 hectare veenbos beschermt dat oorspronkelijk voor plantages bestemd was, en Matavén in Colombia (Verra VCS 1566), geleid door inheemse gemeenschappen op meer dan een miljoen hectare. Beide gebruiken een oudere methode, over beide zijn publiekelijk vragen gesteld, en beide doorliepen onze volledige screening voordat we ze aanboden.

Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Vraag bij elk REDD+-project om drie dingen: het ontbossingstempo dat de baseline aanneemt, het werkelijke tempo in het referentiegebied sinds de start van het project, en de laatste onafhankelijke rating. Ligt het aangenomen tempo ver boven wat er ernaast echt gebeurde, dan heb je het risico op overcreditering gevonden voordat je ervoor betaalt.”

Zo koop je REDD+-credits verantwoord

  1. Controleer de baseline: aangenomen ontbossingstempo tegenover het waargenomen tempo in vergelijkbare gebieden.

  2. Kies waar mogelijk recente methodes (VM0048, JNR, ART TREES) en zoek naar het CCP-label.

  3. Gebruik onafhankelijke ratings van BeZero, Sylvera of Calyx; bij REDD+ lopen ratings het verst uiteen (ratingbureaus vergeleken).

  4. Controleer de afspraken met gemeenschappen: instemmingsprocedures, landrechten en hoe de opbrengst wordt verdeeld.

  5. Claim het correct: REDD+ is vermijding. Het ondersteunt een bijdrageclaim, maar telt niet als verwijdering voor de verwijderingseis van SBTi (SBTi-eisen voor CO2-verwijdering).

Voor de projecten die wij nu het hoogst beoordelen, zie de beste REDD+-credits. Met onze gratis kwaliteitscheck beoordeel je een specifiek project.

“Bosbescherming is een van de belangrijkste vormen van klimaatactie die er zijn, en een van de lastigste om te meten. Wij kopen nog steeds REDD+, selectief, omdat het alternatief is dat die bossen verdwijnen. Wat veranderde, is dat we elke REDD+-baseline nu zelf controleren voordat we een project aanbieden.”

Bernard de Wit, oprichter van Regreener

Controleer een REDD+-project voordat je koopt

Onze gratis kwaliteitscheck beoordeelt een project op baseline, additionaliteit en permanentie, met de vragen voor je leverancier.

Check de kwaliteit

Bossen slaan enorme hoeveelheden koolstof op, en tropische ontbossing laat die vrij op een schaal die weinig andere activiteiten evenaren. REDD+ moest staande bossen meer waard maken dan gekapte. Het is ook het deel van de CO2-markt dat de scherpste kritiek kreeg, en dat de afgelopen twee jaar het meest veranderde.

REDD+ levert carbon credits op voor ontbossing en bosdegradatie die een project voorkomt, gemeten ten opzichte van een baseline van het bosverlies dat er anders was geweest. In die baseline zit zowel de waarde als de controverse. In dit artikel lees je hoe REDD+ werkt, wat het bewijs over overcreditering laat zien, hoe nieuwe methodes en REDD+ op landsniveau het beeld veranderen, en wat je als koper nu controleert.

Zo werkt REDD+

REDD+ begon als VN-kader om tropische landen te betalen voor minder ontbossing. Op de vrijwillige markt gaat het meestal om projecten:

  1. Een bedreigd bos. Het projectgebied loopt risico op ontbossing, gepland (bijvoorbeeld een concessie voor plantages) of ongepland (geleidelijke kap voor landbouw, houtwinning of bewoning).

  2. Een baseline. Het project schat hoeveel bos er zonder project zou verdwijnen, meestal op basis van historische ontbossing in een vergelijkbaar referentiegebied.

  3. Beschermingsactiviteiten. Patrouilles, steun bij landrechten, alternatieve inkomsten, brandpreventie, afspraken met gemeenschappen.

  4. Credits. Het verschil tussen het bosverlies in de baseline en het werkelijke, gemonitorde verlies, omgerekend naar tonnen CO2 en na aftrek voor weglek en een bijdrage aan de bufferpool, wordt uitgegeven als credits.

REDD+-credits zijn vermijdingscredits: ze houden koolstof in het bos in plaats van die uit de atmosfeer te halen (vermijden of verwijderen).

Waarom REDD+ omstreden is

Een staand bos meten is met satellieten eenvoudig. Het bos meten dat zonder project zou zijn verdwenen, niet. Gaat de baseline uit van te veel ontbossing, dan verdient het project credits voor bos dat nooit gekapt zou worden.

Onafhankelijk onderzoek heeft dat getoetst. Een synthese uit april 2026 combineerde zes onafhankelijke evaluaties van 44 REDD+-projecten. Ongeveer vier op de vijf projecten verminderden de ontbossing wel, maar samen gaven ze bijna elf keer meer credits uit dan de vermeden ontbossing rechtvaardigde, vooral omdat referentiegebieden en baselinemodellen de dreiging overschatten (Swinfield e.a., Nature Communications, 2026).

Drie andere punten komen vaak terug:

  • Weglek: als je het ene bos beschermt, kan de kap naar het volgende verschuiven.

  • Permanentie: beschermd bos kan later alsnog afbranden of gekapt worden (permanentie en bufferpools).

  • Rechten en verdeling van opbrengsten: veel REDD+-gebieden zijn het thuis van inheemse volken en lokale gemeenschappen, wier instemming en aandeel in de opbrengst geregeld moeten zijn.

De kritiek richt zich op hoe credits zijn berekend; hetzelfde onderzoek vond dat de meeste projecten wel degelijk bos beschermden. De uitdaging is betalen voor die bescherming zonder de tonnen te overdrijven.

Wat er veranderde: nieuwe methodes en het CCP-label

Verra’s VM0048 vervangt de oudere REDD+-methodes van Verra door één aanpak waarin projecten hun baseline niet zelf kiezen. Verra stelt per regio het ontbossingsrisico en de activiteitsdata vast, en projecten krijgen hun deel daarvan toegewezen. Oudere methodes zoals VM0007 heeft Verra niet ter beoordeling bij de ICVCM ingediend, en bestaande projecten moeten bij hun volgende herbeoordeling van de baseline of verlenging van de creditperiode overstappen op VM0048. De invoering hangt af van Verra’s risicokaarten per regio; in april 2026 stonden de eerste credits onder het nieuwe kader op het punt te worden uitgegeven.

REDD+ op landsniveau (jurisdictional REDD+) tilt de aanpak een niveau hoger: een heel land of een hele provincie vermindert de ontbossing en krijgt credits voor het resultaat, onder standaarden zoals ART TREES of Verra’s Jurisdictional and Nested REDD+ (JNR). Afzonderlijke projecten kunnen daarbinnen worden “genest”, zodat de boekhouding van project en overheid op elkaar aansluit.

In november 2024 keurde de ICVCM drie REDD+-methodes goed voor het CCP-label: ART TREES v2.0, Verra VM0048 en Verra JNR v4.1 (ICVCM). Credits onder de oudere methodes kunnen het label niet krijgen (Core Carbon Principles uitgelegd).

Wat dit betekent voor credits die nu te koop zijn

De meeste REDD+-credits die nu beschikbaar zijn, komen nog van projecten onder oudere methodes, omdat het nieuwe kader pas begint met uitgeven. Dat geeft in de praktijk twee soorten:


REDD+-credits onder oudere methodes

Credits onder VM0048 of op landsniveau

Baseline

door het project vastgesteld

op regionaal niveau vastgesteld

CCP-label

niet mogelijk

mogelijk

Beschikbaarheid nu

groot

klein, groeiend

Wat je controleert

de eigen baseline van het project, onafhankelijke ratings, weglek, afspraken met gemeenschappen

de data van de regio en de regels voor nesting

Een credit onder een oudere methode is niet automatisch zwak, en een nieuwe niet automatisch sterk. Maar een oudere credit vraagt meer due diligence op projectniveau, omdat de methode zelf niet meer de kwaliteitsondergrens is.

Twee projecten in de portefeuille van Regreener laten de spreiding zien: Katingan Mentaya in Indonesië (Verra VCS 1477), dat ongeveer 150.000 hectare veenbos beschermt dat oorspronkelijk voor plantages bestemd was, en Matavén in Colombia (Verra VCS 1566), geleid door inheemse gemeenschappen op meer dan een miljoen hectare. Beide gebruiken een oudere methode, over beide zijn publiekelijk vragen gesteld, en beide doorliepen onze volledige screening voordat we ze aanboden.

Tip van Bernard de Wit, oprichter van Regreener: “Vraag bij elk REDD+-project om drie dingen: het ontbossingstempo dat de baseline aanneemt, het werkelijke tempo in het referentiegebied sinds de start van het project, en de laatste onafhankelijke rating. Ligt het aangenomen tempo ver boven wat er ernaast echt gebeurde, dan heb je het risico op overcreditering gevonden voordat je ervoor betaalt.”

Zo koop je REDD+-credits verantwoord

  1. Controleer de baseline: aangenomen ontbossingstempo tegenover het waargenomen tempo in vergelijkbare gebieden.

  2. Kies waar mogelijk recente methodes (VM0048, JNR, ART TREES) en zoek naar het CCP-label.

  3. Gebruik onafhankelijke ratings van BeZero, Sylvera of Calyx; bij REDD+ lopen ratings het verst uiteen (ratingbureaus vergeleken).

  4. Controleer de afspraken met gemeenschappen: instemmingsprocedures, landrechten en hoe de opbrengst wordt verdeeld.

  5. Claim het correct: REDD+ is vermijding. Het ondersteunt een bijdrageclaim, maar telt niet als verwijdering voor de verwijderingseis van SBTi (SBTi-eisen voor CO2-verwijdering).

Voor de projecten die wij nu het hoogst beoordelen, zie de beste REDD+-credits. Met onze gratis kwaliteitscheck beoordeel je een specifiek project.

“Bosbescherming is een van de belangrijkste vormen van klimaatactie die er zijn, en een van de lastigste om te meten. Wij kopen nog steeds REDD+, selectief, omdat het alternatief is dat die bossen verdwijnen. Wat veranderde, is dat we elke REDD+-baseline nu zelf controleren voordat we een project aanbieden.”

Bernard de Wit, oprichter van Regreener

Controleer een REDD+-project voordat je koopt

Onze gratis kwaliteitscheck beoordeelt een project op baseline, additionaliteit en permanentie, met de vragen voor je leverancier.

Check de kwaliteit

Gratis tool

Hoe sterk is het project achter je credits?

Beoordeel een project op additionaliteit, blijvendheid, baseline en bijkomende voordelen, met de vragen voor je leverancier. De tool is in het Engels.

Gratis · geen account nodig

Regreener free tools for carbon credit buyers

Over de Auteur:

bernard de wit van regreener

Bernard de Wit

Bernard is de oprichter van Regreener, dat hij in 2020 startte na zijn rechtenstudie in Leiden (Nederland) en Oxford (Verenigd Koninkrijk). Hij is gepassioneerd over klimaatactie, duurzaamheid en CO2-creditsmarkten en helpt bedrijven om betrouwbare, impactvolle klimaatmaatregelen te nemen door inzichten en best practices te delen. Als hij niet bezig is met het delen van kennis of het adviseren van bedrijven over hun duurzaamheidsdoelstellingen, kun je Bernard vinden op de tennisbaan of bij vrienden.

Gratis tools

Zes gratis tools voor kopers van carbon credits

Plan je budget, check je SBTi V2-vereisten, bouw een RFP, vergelijk offertes en check de kwaliteit van je credits.

Regreener free tools for carbon credit buyers

INHOUDSOPGAVE

Artikel Delen

Artikel Delen

Veelgestelde vragen

Wat is REDD+?

REDD+ staat voor Reducing Emissions from Deforestation and forest Degradation, aangevuld met behoud, duurzaam bosbeheer en het vergroten van de koolstofvoorraad in bossen. REDD+-projecten verdienen carbon credits voor ontbossing die ze voorkomen ten opzichte van een baseline.

Hoe worden REDD+-credits berekend?

Een project schat hoeveel bos er zonder project zou zijn verdwenen, meestal op basis van een referentiegebied, en monitort het werkelijke bosverlies. Het verschil, omgerekend naar tonnen CO2 en verminderd met weglek en bufferbijdrage, wordt als credits uitgegeven.

Waarom zijn REDD+-credits omstreden?

Omdat de baseline een hypothetisch scenario is. Onafhankelijk onderzoek vond dat veel REDD+-projecten wel bos beschermden, maar veel meer credits uitgaven dan de vermeden ontbossing rechtvaardigde, vooral omdat hun baselines de dreiging overschatten.

Wat is REDD+ op landsniveau (jurisdictional REDD+)?

Bij REDD+ op landsniveau krijgt een heel land of een hele provincie credits voor minder ontbossing, onder standaarden zoals ART TREES of Verra’s JNR-kader. Projecten kunnen daarbinnen worden genest, zodat hun credits passen in de boekhouding van de regio.

Hebben REDD+-credits een CCP-label?

Credits onder ART TREES v2.0, Verra VM0048 en Verra JNR v4.1 kunnen het CCP-label krijgen, sinds de ICVCM die methodes in november 2024 goedkeurde. Credits onder oudere REDD+-methodes van Verra kunnen dat niet.

Greenwashing-proof klimaatactie

Portret van een klimaatstrateeg
Portret van een klimaatstrateeg

Sluit je aan bij 200+ bedrijven die impact maken met Regreener